27 oktober 2023

WEG VAN KUNST (2)

Op mijn veertiende was ik een romantische ziel met een voorliefde voor het figuratieve. Dus toen een leraar aan de kunsthumaniora opdracht gaf om een bekende reproductie in het klein na te schilderen met een zo exact mogelijk kleurgebruik, koos ik een schilderij met genereuze drapages, lenteachtig natuurschoon en enkele diagonalen voor de dynamiek. Ik begon dan wel meteen de grote lijnen na te tekenen, liever wilde ik de verf al mengen. Kleuren zo precies mogelijk nabootsen – uit de realiteit of de tinten van mijn verbeelding – brengt me al sinds mijn kindertijd in vervoering.

Naast mij ontfermde een klasgenoot zich over de Madonna van Jean Fouquet. Ik keek van de glinsterend roze tongpunt in zijn mondhoek, naar de licht gekreukte print naast zijn pennenzak: een bleke dame met een borst als een moordwapen, een griezelige boreling en een handvol bloedrode engelen, schijnbaar opgetrokken uit glimmend rubber, deden me fronsen van afkeer. Mijn klasgenoot volgde mijn blik: "Ongelooflijk, hé?" Ik antwoordde dat het blauw op de achtergrond schitterend was.

Op mijn zestiende sprak ik met iemand over schilderkunst en noemde de Madonna van Fouquet een toonbeeld van wansmaak. "Onvoorstelbaar dat een kunstenaar al zoiets lelijks kon maken in de vijftiende eeuw," brieste ik. "Moest hij dat nu in de twintigste hebben gepresteerd, omringd door lijnbussen, beton en afvalcontainers, dan zou ik het misschien nog begrijpen." Mijn gesprekspartner vond het normaal dat ik een uitgesproken mening had. Zelf vond ik dat niet. In die tijd groeide ik op in een Indiase sekte waar dogma's weinig ruimte lieten voor persoonlijke beschouwingen. Ik trilde over mijn hele lijf. Niet veel later zou ik die sekte als eerste van mijn gezin verlaten.

Terwijl ik de religieuze dogma's een voor een aflegde, bleef ik geloven dat de Madonna van Fouquet een mottige vergissing was. Dat had ik ooit beslist, dat bleef zo. Tot ik enkele jaren geleden zat te lunchen op een terras op het Antwerpse Zuid, waar het Museum voor Schone Kunsten werd verbouwd en een zeil met een print van het schilderij de aandacht trok. Mijn eerste gedachte was dat die enge baby beter uitkwam op zeil dan paneel. Maar toen keek ik. Ik keek écht. En ik zag iets wat ik nog niet eerder gezien had.

In coronatijd ben ik dan maar naar het museum Mayer van den Bergh gehold, speciaal om de Madonna van Fouquet te aanschouwen, die toen, als ik het mij goed herinner, net terug was uit de Verenigde Staten. Met een hemelsblauw mondkapje op spoedde ik me door zalen vol donker hout, levensechte druiven en Breugeliaanse ijspistes, naar het slotakkoord van de tentoonstelling. Als een bleek sneeuwwitje hing de Madonna in een kille glazen kist. Op enkele spots na was de ruimte verduisterd. Er waren nauwelijks bezoekers dus ik kon eindeloos kijken, staren, dichter komen, afstand nemen. Waren het de stoffen en de juwelen die me overreden? De lichtvlekjes in de hyperrealistische engelenogen? De rebellie van de kunstenaar, die verschillende tradities voor het eerst liet samenvloeien? De eenvoud van de primaire kleuren? De bevreemdende sfeer die mijn gevoel voor esthetiek uitdaagde? Ik liet in ieder geval iets van mezelf los.

Op mijn veertiende ontleende ik een identiteit aan mijn voorkeuren. Dat was toen nodig: ontdekken waar ik voor stond, loskomen van wat me beperkte, me verbinden met gelijkgezinden. Maar het is me té comfortabel om een mening of een perspectief aan te trekken als een vertrouwde badjas, en die vervolgens nooit meer uit te doen. Nu vind ik het interessanter om mijn identiteit in twijfel te trekken. Om zo meer openheid te creëren, meer af te leggen. Ik ben niet bang voor zelfverlies; de waarden die voor mij essentieel zijn gebleken, vormen het kloppende hart van een verder veranderlijke persoonlijkheid. Het zijn de conditioneringen die ik wil afleggen. Moge ze almaar transparanter worden, als de ongrijpbare sluier van de Madonna van Fouquet.

Vandaag las ik een citaat van Rick Rubin, een Amerikaanse muziekproducent met een indrukwekkende baard die de Vlaamse Primtieven ongetwijfeld geïnspireerd zou hebben. Hij schreef: "Vind iets waar je een uitgesproken mening over kunt hebben. En wanneer je je die mening hebt eigengemaakt, leer dan om het tegendeel te beargumenteren." Misschien doen we daar soms wel dertig jaar over.

🖊️ Deze column van Fleur van Groningen verscheen zomer 2023 in het kunstmagazine The Art Couch.



NIEUW BOEK IN DE MAAK

Fleur heeft een contract getekend voor een nieuw non-fictie boek dat zal verschijnen bij de Gentse uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts. Het wordt een liefdevol, versterkend boek voor iedereen die een betere relatie met zichzelf wil, als basis voor een diepere verbinding met anderen. Als alles goed gaat - en daar gaan we vanuit - komt het nieuwe boek er op 31/08/24.

01 augustus 2023

Ik zie jou


Vroeger zei ik liever ‘ik hou van jou’ dan ‘ik zie jou graag’. Misschien vanwege mijn Nederlandse roots. Of omdat ik ‘houden van’ minder vrijblijvend vond klinken dan ‘graag zien’. Tegen een vriend kon je al eens zeggen dat je hem of haar graag zag, zonder dat dit al te beladen overkwam. Houden van leek meer betekenis te hebben. Maar tegenwoordig geef ik de voorkeur aan ‘ik zie jou graag’. Met de nadruk op ‘Ik zie jou’. In de film Avatar zeggen ze dat ook: ‘I see you’. Hoe fantastisch is het de ander zo veel mogelijk te zien? Om je vanuit een bereidwilligheid, een oprechte nieuwsgierigheid, open te stellen voor die ander?  In plaats van naar een projectie te kijken en iets te zien dat je wil vasthouden...

Toen ik een tienermeisje was, en later een jonge vrouw, probeerden verschillende personen en magazines me te leren hoe je ervoor kunt zorgen dat een man jou wil. Je moest begeerlijk en ongrijpbaar zijn, een seksuele belofte zonder heftige emoties en problemen. Zo kon je, volgens hen, wel een man overtuigen (iets wat ik persoonlijk erg mensonvriendelijk en grensoverschrijdend vind). Nu, in de praktijk, als zo’n man jou in het begin niet wilde, maar jou vanwege dat manipulatieve spel alsnog ging begeren, dan kon hij uiteindelijk toch op die eerste indruk terugkomen en je alsnog afwijzen. En dan had jij zoveel moeite gedaan, zoveel verdriet en/of onvervulde behoeftes weggedrukt, zoveel fantasieën opgebouwd, zoveel gegeven, en bleek dat toch allemaal niet genoeg. Dat deed natuurlijk pijn. Je voelde je afgewezen.

De vraag was: zag je die man echt. Zag je hem zoals hij was. Zag je hem oprecht graag. Of zag je vooral een doek waarop jouw eigen onvervulde noden werden geprojecteerd: bijvoorbeeld gezién worden door een afwezige of emotioneel onbeschikbare ouder (voor wie je vroeger misschien ook je emoties en behoeftes verborg om niet afgewezen te worden). Uit Amerika kwam toen het zinnetje ‘he’s just not that in to you’ overgewaaid. Een realiteit die enkel keihard is, als je te veel van de ander verwacht. Zaken die je niet kreeg toen je ze nodig had, als kind, en dingen die je daardoor (nog) niet aan jezelf kunt geven, als volwassene.

De laatste maanden ontdek ik dat bepaalde mensen die dicht bij me stonden, eigenlijk not that into me zijn. Ik dacht dat er een connectie was die er eigenlijk niet was, omdat ik die band zo nodig had en zo graag wilde. Het is pijnlijk om die realiteit onder ogen te komen, maar omdat ik die band nu met mezelf opbouw, ben ik wél dankbaar voor de duidelijkheid. Ze wilden me wel houden, maar ze zagen me niet, niet écht. En ik zag hen ook niet. Ik wilde hen ook houden en zag alleen wat ik wilde zien. Omdat ik de pijnlijke zaken, de donkerte, niet durfde aan te kijken. Ik was nog niet klaar voor de gevolgen. Nu ben ik dat wel. Voortaan houd ik mijn ogen dus zoveel mogelijk open. Zeker als mensen zichzelf laten zien, kijk ik niet meer weg. En ik zie graag graag. 

- Fleur van Groningen

12 juni 2023

Het is geen schande als je iets niet kunt of wil

Ik houd absoluut niet van taboes, om de voor de hand liggende reden dat die zelfacceptatie in de weg staan, en dat is dan weer de sleutel tot innerlijke vrijheid. Om die reden wil ik hier nu iets schrijven voor wie daar op dit moment wat aan heeft (mezelf incluis).

Het is geen schande om toe te geven dat iets voor jou niet werkt. Dat je iets niet kunt. Dat je ergens niet in past. Dat je iets niet wil.
Je kunt namelijk geen heel leven op je tenen lopen, jezelf aanvurend met valse hoop: “Als ik maar genoeg… dan zal het wel lukken.” Want op een dag stort je in. Of de constructie, die je mee hielp opbouwen vanuit loyaliteit, schuld- of plichtsgevoelens, stort in.
Soms gaat het om een overlevingsmechanisme. Iets wat je (on)bewust bent gaan doen om te overleven. Maar heb je dat mechanisme nog steeds nodig? Wil je het onnadenkend blijven voortzetten?
Neem in plaats daarvan jezelf in vertrouwen. Geef toe dat je het eigenlijk niet wil. Dat je het niet kunt. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je een weg ging die eigenlijk niet (meer) de jouwe is. Dat je heel erg je best deed en dit zich op den duur manifesteerde als een geloofwaardige, maar ongefundeerde schijn. Volledig eerlijk zijn hierover tegen jezelf, is pijnlijk én opluchtend. Je kunt eruit stappen. Ontdekken wat er dan komt. De pijn zal afnemen. - Fleur van Groningen

20 mei 2023

PODCAST MENSENKENNIS

Wie ben ik, wie is de ander en hoe verhouden wij ons tot elkaar? In de nieuwe, achtdelige podcastserie 'Mensenkennis' neemt Fleur van Groningen wekelijks een deugddoende duik in de menselijke psyche. Voor De Morgen op zoek naar antwoorden over onderwerpen uit haar boek 'Voelen zonder filter' om zichzelf en anderen beter te leren begrijpen. Deze week: hoogsensitiviteit.

Wat is hoogsensitiviteit, hoe kenmerkt het zich en wat zijn de voor- en nadelen? Fleur van Groningen schreef de bestseller 'Leven zonder filter' over haar eigen ervaringen met hoogsensitiviteit, en ontvangt 60.000 verkochte exemplaren later nog steeds dankbare lezersbrieven.
In deze aflevering praat ze met Esther Bergsma, expert hoogsensitiviteit, sociaal-wetenschappelijk onderzoekster en auteur van vijf boeken, waaronder 'Het hoogsensitieve brein'.
Ook voormalig radio- en televisiepresentatrice Eva Daeleman is te gast. Ook zij schrijft boeken waarmee ze mensen wil inspireren hun eigen levenspad te bewandelen. In deze aflevering vertelt ze openhartig over hoogsensitief zijn als vrouw, partner, dochter en moeder

Mensenkennis is een podcastserie over de menselijke psyche, een samenwerking tussen Fleur van Groningen, Hoorstroom en De Morgen, gebaseerd op haar boek Voelen zonder filter. Presentatie, redactie, eindredactie en muziek: Fleur van Groningen Productie en montage: Laurens Bervoets & HoorstroomWilt u reageren? Mail dan naar podcasts@demorgen.be.

Meer over 'Mensenkennis' lees je in dit artikel van De Morgen.
'Mensenkennis' beluisteren doe je hier.

24 april 2023

Speech voor het Trauma Healing Summit


Hallo allemaal,

Mijn naam is Fleur van Groningen. Ik ben een Vlaams schrijfster, journalist en kunstenaar met Belgisch-Nederlandse roots. Maar vandaag sta ik hier als een overlever van trauma. Daarover heb ik een boek uitgebracht – Voelen zonder filter – waarin ik beschrijf hoe leren voelen, het bewust doorvoelen van nieuwe én oude emoties, aan de basis ligt van mijn herstel. 

Het is door je emoties te voelen dat je ze opruimt. En daar is geen weg omheen. Ook al wil je dat soms misschien liever, zeker als je al een heel leven (bewust of onbewust) op de vlucht bent voor oude pijn. Het kan allemaal teveel lijken, te groot, volstrekt onoverkomelijk. Maar mijn ervaring vertelt me dat het dat niet is. Op voorwaarde dat de tijd er rijp voor is. 

Ik ben de confrontatie met mijn emoties aangegaan, ik ben ze door de jaren heen helemaal gaan voelen, oud én nieuw. Want telkens wanneer ik voldoende draagkracht had verzameld, diende zich een nieuwe portie pijn aan. Het was veel, het was groot, het leek wel eens alsof ik zou weggespoeld worden door een tsunami. Maar op een bepaald moment was het eruit en ontstond er ruimte voor inzicht en mentale kracht. 

Sinds het verschijnen van mijn boek geef ik ook lezingen, en onlangs kwam er na zo’n lezing een vrouw naar me toe. Ze zei: “Het is alsof jij de berg hebt beklommen, hebt gezien wat erachter ligt en bent teruggekeerd om het ons te vertellen, waardoor wij de moed krijgen om ook te blijven klimmen.” Die woorden waren pakkend. Het was precies wat ik met mijn boek wilde bereiken. Maar ik moet eerlijkheidshalve vermelden dat ik de berg zelf ook nog steeds beklim. Ik ben intussen een heel stuk voorbij de helft en de top trekt nu meer aan me dan het dal, waardoor het klimmen makkelijker wordt. Maar ik ben nog niet ‘af’ en ik vermoed ook niet dat ik dat ooit zal zijn. Ik pel mezelf af, als een oneindige ui. Na iedere laag kom ik dichter bij mijn wezenlijke kern, bij datgene wat trauma me ooit heeft ontnomen: mijn zelfliefde.

***

Als kind groeide ik op bij een depressieve, getraumatiseerde moeder die emotioneel onbeschikbaar was.
Ik was een ongelukje, ze had de morning-after pil genomen maar die had zijn werking gemist. Daarna wilde ze me toch graag houden, hoewel mijn vader dat niet wilde. 

Mijn moeder had van haar ouders – die de oorlog hebben meegemaakt en op hun beurt getraumatiseerd waren – geleerd om haar emoties onder de mat te vegen. Doordat ze zichzelf niet kon reguleren, was ze dus ook niet in staat tot co-regulatie. Mijn vader, getraumatiseerd door diezelfde oorlog en zijn kille ouders, kwam slechts sporadisch in mijn leven, waardoor ik me zeer afgewezen voelde. Bij mijn beide ouders was er sprake van parentificatie. Ik kon hun noden heel goed aanvoelen en daarop inspelen, en ik negeerde mijn eigen behoeftes zo veel mogelijk. Ik paste me aan om te kunnen overleven.

Mijn ouders waren trots op mijn creatieve talent – mijn zonnezijde, maar ze konden me vanwege hun eigen pijn onvoldoende steun bieden bij mijn onaangename emoties – mijn schaduwzijde. Het voelde als voorwaardelijke liefde. Onbewust deden ze me dus regelmatige pijn, wat voor nog meer rauwe emoties zorgde, en dat alles moest ik alleen dragen. Dat was al teveel, maar er kwam nog meer.

In de loop der jaren werd ik als kind door verschillende personen seksueel misbruikt. Ook werd ik regelmatig geslagen door een gezagspersoon. Ik werd gepest en getreiterd op school omwille van mijn anders-zijn. Ik groeide op in een nieuw-samengesteld gezin waarin ik mijn plaats niet vond, en bekritiseerd en gewantrouwd werd. Op mijn negende belandde ik met dat gezin in een internationale Indiase sekte, waar ik leerde om mijn persoonlijkheid te onderdrukken. Daar stapte ik op mijn zestiende als eerste weer uit maar toen volgde er een identiteitscrisis, die uitmondde in een jarenlange depressie. Rond mijn twintigste kwam ik nogmaals in aanraking met seksueel grensoverschrijdend gedrag en toen werd ik suïcidaal. De pijn was ondraaglijk. Ik kon me er niet langer tegen verweren. Gelukkig ontmoette ik toen een fantastische psychotherapeute die me een deur aanwees in de muur waartegen ik steeds op botste. Zo begreep ik dat het leven een oneindige schakel van Matroesjka- poppetjes is: er is altijd wel ergens een poort die je naar het volgende level brengt. En die poort schuilt in jezelf. Ik begon aan een innerlijke reis die sindsdien niet meer is gestopt.

Veel heb ik te danken aan mijn therapeute die onder meer Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) bij me vaststelde en intensieve EMDR therapie toepaste, wat staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een therapie die destijds werd ontwikkeld voor Viëtnamveteranen en met succes wordt ingezet bij PTSS. En ik heb ook veel te danken aan mezelf, want ik doe sindsdien dagelijks aan introspectie; ik kijk niet weg maar pak aan. Daarvoor is een zekere discipline nodig, en daarvoor put ik kracht uit de eerdere overwinningen op mijn complexe trauma. Ik heb ook gewoon weinig keuze: ofwel lijd ik, ofwel doe ik wat ik kan om dat leed te verlichten en te ontdekken wat daarvoor in de plaats komt. 

Lange tijd heb ik in navolging van mijn opvoeding een dubbelleven geleid. Het leven van mijn zonnezijde en het leven van mijn schaduwkant. Lang fixeerde ik me uit overlevingsdrang vooral op die zonnezijde. Dat deden de mensen om mij heen ook, en soms nog steeds. Als kind werd me gezegd dat ik mooi was en talenten had, en daar blij om moest zijn. Nu word ik al eens geprezen omdat ik beroepsmatig een zekere vorm van succes heb bereikt, al leg ik de lat zelf hoger en relativeer ik het allemaal sterk. Hoe dan ook: mijn zonnezijde is het deel van mij dat anderen meestal niet te zwaar vinden, dat hen hoop geeft en kracht uitstraalt, waar zelfs regelmatig op wordt gesteund.

Het is ook het deel waarop ik zelf lang het meeste heb ingezet. Onbewust maakte ik grote gebaren om mijn schaduwkant op afstand te houden, om me zoveel mogelijk van die ondraaglijke zwaarte te dissociëren. Ik probeerde te leven alsof er niets met mij aan de hand was, alsof ik net als anderen kon functioneren in deze (op hol geslagen) maatschappij. Ik dacht: als ik maar gewoon extra hard mijn best doe, dan wijzen ze me niet af, dan word ik niet verlaten, dan hoef ik me niet schuldig te voelen of te schamen, dan val ik niet door de mand. Het was het kind dat zich nog steeds aantrekkelijk wilde maken voor haar ouders. Dit voltrok zich ook op fysiek vlak: ik zorgde ervoor dat ik er zo goed mogelijk uitzag maar ondertussen vocht (en vecht) mijn lichaam met allerlei ziektes ten gevolge van trauma. Ik heb zo lang zo ontzettend hard mijn best gedaan, tot ik niet meer kon. En wat ik toen als een falen ervaarde, bleek uiteindelijk het beste wat me kon overkomen. 

In mijn ogen is uiterlijk succes ondergeschikt aan innerlijk succes: uiteindelijk is het échte doel dat je steeds dichter bij je ware, authentieke zelf komt. Dat je bij zelfliefde uitkomt, bij de liefde die je in se bént. En die zelfliefde is geen synoniem voor egoïsme – het ego kan niet liefhebben – maar een noodzakelijke voorwaarde om precies die persoon te zijn die je bedoeld bent te zijn. Dàt is in het belang van zowel jouzelf als van je omgeving, heb ik nu begrepen. 

Vanuit zelfliefde bepaal je waartegen je ‘ja’ of ‘nee’ zegt. Je voelt wat je wilt en niet wilt. Zowel jouw enthousiasme als jouw confrontaties zetten ook voor anderen belangrijke processen in gang. 

Het is de zelfliefde die ervoor zorgt dat jij het puzzelstukje bent met precies de juiste inkepingen en uitstulpingen die in het grotere geheel passen. En, dat heb ik intussen zelf ook mogen ervaren: wie van zichzelf houdt, houdt ook van de ander, want uiteindelijk zijn we allemaal op een diepere laag met elkaar verbonden. De relatie met onszelf bepaalt hoe we ons tot anderen verhouden.

***

Terugblikkend begon mijn ware herstel op het moment dat ik noodgedwongen mijn schaduwkant onder ogen kwam en me erover ging ontfermen. Ik denk zo’n twintig jaar geleden, toen ik mijn depressie kreeg en in therapie ging. Het begon met het erkennen van pijn, onmacht, wanhoop en een buitensporige angst. Later ging ik ook met andere eigenschappen aan de slag waarop ik niet trots was: mijn wantrouwen, schuldgevoelens, schaamte, afhankelijkheid, het pleasen, de faalangst en de onzekerheid. Vier jaar geleden had ik al een karrenvracht aan demonen in de ogen gekeken, maar zeker nog niet alles. Toen beviel ik van mijn zoon. Zijn komst gaf me de moed om het kwalijkste onkruid er bij de wortel te willen uittrekken. Ik weet niet of ik dat had aangedurfd als hij er niet was geweest. Ik deed het eigenlijk vooral voor hem: ik wilde mijn pijn niet aan hem doorgeven. Maar doordat ik zijn moeder was geworden en ontdekte wat moederschap inhoudt, leerde ik ook om gestaag een moeder voor mezelf te worden, voor mijn gehavende innerlijke kind. Mijn innerlijke volwassene begon zich te ontwikkelen. 

Dit herstelproces, dat twintig jaar geleden werd ingezet, laat zich het best samenvatten als de reis van mijn onechte zelf naar mijn authentieke zelf.

Mijn onechte zelf was een aangenomen identiteit, gebaseerd op de verlangens en behoeftes van anderen. Ik werd wat zij van me wilden. Gelukkig bleef er altijd een stuk authentiek zelf in mij voortleven, een onaangetast stuk, dat zuurstof kreeg via mijn creativiteit en almaar rebelser werd. Want creativiteit is het tegenovergestelde van gehoorzaamheid. Met de jaren verzamelde mijn authentieke, gezonde deel meer draagkracht en zo kon het mijn traumadeel in etappes terughalen. Het was alsof ik ooit in scherven ben gebroken, en zo had verder geleefd: er was de lolbroek-Fleur, de kluizenaars-Fleur, de gekwetste Fleur, de baldadige Fleur, de zorgzame Fleur, de kwade Fleur… Helen bleek: weer een geheel worden. 

Mijn bewustwordingsproces heeft me geleerd om al mijn facetten te omarmen. Ik ging almaar meer overlevingsstrategieën bij mezelf herkennen en begon ze gestaag af te leggen doordat ik de onderliggende wonden nu aankeek en verzorgde. En door steeds beter te gaan voelen, door ook mijn emoties bewust te doorvoelen, leerde ik waar mijn grenzen liggen, wat mijn ware identiteit is, wat écht wezenlijk bij me hoort. Dit voelen is mijn navigatiesysteem. Door emoties te voelen weet ik wat ik wil of niet wil, en ruim ik ze op. In de vrijgekomen ruimte weerklinkt dan de stem van mijn intuïtie, mijn innerlijke kompas. Het is alchemie: lood omzetten in goud.

Op dit moment heb ik al veel opgeruimd op het geestelijke gebied en kom ik vooral toe aan de fysieke opruiming: (chronische) ziektes worden behandeld en ik vind mijn heil in lichaamswerk. Zo ben ik onder meer gebaat bij Facia, waarbij de overlevingsmodus van mijn zenuwsysteem, de orthosympaticus, wordt stilgelegd en mijn lijf zich leert ontspannen doordat de parasympaticus wordt geactiveerd. Ook laat ik sinds kort mijn psoas masseren, een spiergroep die ook ‘de spier van de ziel’ wordt genoemd, waarin trauma en stress worden opgeslagen. Zelfzorg is de pragmatische uiting van zelfliefde. Voor mij is zelfzorg: je authentieke zelf voeden en respecteren. Je gaat in verbinding met jezelf en van daaruit kun je in verbinding gaan met het authentieke zelf van anderen. 

Voor mijn herstel zijn mildheid en geduld met mezelf zeer belangrijk gebleken en jammer genoeg is dat wel nog iets waar ik nog steeds mee worstel. Zeker het geduld: door mijn complexe trauma heb ik enig talent voor het psychologische ontwikkeld en daardoor zie ik regelmatig helder de oorzaak en het doel, zowel bij mezelf alsook bij anderen. Dan is het frustrerend om de weg erheen nog helemaal te moeten afleggen. Maar die weg is zo wonderlijk, verfrissend en leerzaam. En het is de eigen ervaring die het inzicht verankert in je ziel.

***

Ter afsluiting lees ik graag twee fragmenten voor uit mijn boek ‘Voelen zonder filter’.


Empathie als medicijn (p. 239)
Empathie is een noodzakelijk medicijn bij het herstellen van trauma. Empathie van je omgeving – in hoeverre die dat kan opbrengen – maar in eerste instantie empathie met jezelf. Zelfmedelijden beschouw ik als de vrijwel onbewuste reactie op zelfveroordeling, waardoor je de verbinding met jezelf verliest. Het is een alarmsignaal: je doet jezelf onrecht aan en zorgt onvoldoende voor jezelf. Zelfmedelijden is jammeren als een sirene. Zelfmededogen, empathie met jezelf, is jezelf vergeven. En gek genoeg is dat wat je nodig hebt, ook al lijkt trauma meestal de schuld van anderen. Het gaat erom dat je je innerlijke criticus, die destijds jouw zelfontkennende overtuiging activeerde, niet langer voedt door jezelf te veroordelen. In plaats daarvan gun je jezelf de tijd. 

Helen van trauma vraagt om doorzettingsvermogen, maar dit dient vergezeld te gaan van zelfzorg, mildheid en geduld. En wanneer je die zachtheid voor jezelf opbrengt, wanneer je die generositeit aan de dag legt, zal die zich vertalen in eenzelfde mededogen en gulheid jegens anderen. Mijn trauma bracht me van onbewuste afscheiding door (zelf)veroordeling naar bewuste verbinding. Eerst met mezelf en daarna, gaandeweg, met anderen.

Terug bij af (p. 405)
Voor mij is het een grote geruststelling te merken dat mijn authentieke zelf goeie intenties heeft en gezonde keuzes maakt. De inspirational quotes die je op sociale media weleens ziet voorbijkomen, en die je manen tot geduld, overgave en liefde: dat zijn de dingen die een mens blijkbaar diep in zich draagt onder de lagen van zijn onechte zelf. Maar leven vanuit deze oorspronkelijke hoedanigheid heeft me niet in een halfzachte hippie veranderd. Integendeel, ik kan onverbiddelijk zijn. Ik ben zeker geen heilige, heb een ego zoals iedereen, ben soms een regelrechte kluns en word nog steeds emotioneel, zeker door overprikkeling. Maar ik ben niet meer zo bang. Ik voel me nu, net als toen ik nog een klein, oorspronkelijk kindje was, in de diepte verbonden met alles en iedereen. Ik ben weer terug bij af. Alleen ben ik nu, als volwassene, doordrongen van de aardse regels: ik ken het belang van het doorvoelen van emoties, van grenzen respecteren en van het nemen van correcte verantwoordelijkheden. Op die manier is verbondenheid veilig en respectvol. Mijn authentieke zelf werd al die tijd toegedekt door wonden, en door overtuigingen en gedrag afkomstig van die wonden. De ontwikkeling ervan was een afwikkeling. Het was er al die tijd allemaal al. En uiteindelijk komt alles aan het licht.


- Deze speech werd door Fleur van  Groningen gebracht op het Trauma Healing Summit te Amsterdam op 21 april 2023.

18 april 2023

WEG VAN KUNST (1)


In het hoge atelier van mijn vader viel het licht schuin naar binnen. Daar dansten stofdeeltjes die zich bij het vallen van de avond weer terugtrokken onder de gietijzeren poten van de drukpers en de schragentafels vol potloden, penselen en verf. Ze vormden er grillige stofbollen die ’s nachts, wanneer wij sliepen, wellicht een eigen leven leidden. Dan rolden ze door het ruitvormige maanlicht, door de gelige gloed van de stad, ze ritselden over etsen en gravures, naar de grote, geheimzinnige schilderijen die met hun kostbare buik tegen de muur rustten. Van mijn vader mocht ik niet zien wat daarop stond afgebeeld, maar de stofbollen wisten het, zij betastten de olieverf; zij nestelden zich er oordeelvrij tegenaan.

Het was in dat atelier, aan een plein in het Antwerpen van de jaren tachtig, dat ik – een zesjarige die bij haar moeder in de polders opgroeide – het deel van mijn vader ontdekte dat nog steeds in mij voortleeft. Daar vonden wij iets om over te spreken, ongeacht het leeftijdsverschil, de generatiekloof, het vacuüm tussen onze dimensies.
Mijn vader was haast een vreemde voor mij – een zenuwachtige, grijzende, struise man die plots, als bij toverslag, erg boos kon worden. Maar hij trok me aan; hij rook naar lavendel, had een mooie stem, een sierlijk taalgebruik, hij droeg mooie sjaals en straalde iets wonderlijks vertrouwds uit.
In zijn atelier gaf hij me kwalitatief papier om op te tekenen, goede penselen en échte verf. Niet die schreeuwerige onzin uit de kleuterklas. En toen ik niet wilde kiezen tussen de ondergaande zon en een felle halvemaan – wat een juffrouw zeker zou verwachten –, maar ze allebei schilderde in een nachtblauwe hemel boven een wakkere zee (met nog een zwarte boot erbij), juichte hij dat toe en veranderde in een trotse vader. Zijn lichaam werd groter en hij boog zich haast beschermend over me heen. Dit was het moment waarop hij me aankon, waarop ik geen ballast meer was, geen vogeltje met een opengesperde bek maar een bondgenoot: samen bevoeren wij de schoonheid.
Na een breuk met mijn vader, vele jaren later, brak ik ook met een stuk van mezelf. Ik stopte met schilderen, tekende enkel nog cartoons voor magazines en concentreerde me op het schrijven. Pas toen hij stierf, begon ik weer te schilderen. Want door mezelf al die tijd tegen hem af te zetten, had ik natuurlijk ook mezelf verloochend.
Mijn schildersatelier is verwant aan het zijne. De oude, houten meubels, het krakerige radiootje dat Klara speelt, een tafel vol tubes en kwasten… En ja, er zijn ook stofbollen, want wie wil er nu poetsen als je kunt schilderen.
Na zijn dood heb ik zijn schildersezel en zijn penselen gekregen. Eerst hield ik die gescheiden van de mijne en werkte er bewust mee. Ik bekeek de uitgedroogde kleuren op zijn mengpalet, dacht aan zijn schildersdroom, zijn teleurstellingen, de verbittering, het verlies van een liefde, de inspiratie die uiteindelijk opdroogde. Ik herinnerde me zijn eenzaamheid, toen hij sprak over een publiek dat hem niet begreep. En ik wilde iets goedmaken maar de verantwoordelijkheid woog te zwaar. Ik greep naar mijn eigen spullen.
Zijn oude schilderijen kreeg ik ook en zo ontdekte ik na al die tijd alsnog wat daarop stond. Er waren prachtige werken bij maar ook heel wat mislukkingen. Ik ontdekte de beperkingen van een man die ik, ondanks onze moeizame relatie, toch totaal had verheerlijkt. En dat voedde de twijfel, want wat als zijn enthousiasme over mijn schilderijen – als kind en daarna – niet de betekenis had die ik eraan had gegeven? Ik had zijn fixatie op goed of slecht geadopteerd, evenals zijn zoektocht naar een soort bovennatuurlijke goedkeuring, en dus vooral: zijn angst om te falen. Een verlammend monster, waartegen hij zich niet had kunnen verweren.
Ik gooide onze penselen bij elkaar en besloot te laten komen wat zich aandiende, zonder een doel in gedachten, zelfs zonder de vader van vroeger, die zich voorwaardelijk in mij had verheugd. Ik begon te schilderen voor mezelf. En toen ontstond er een ruimte waar geen fouten bestaan. Al schilderend leerde ik te leven: je doet iets, en als het niet uitpakt zoals verhoopt, leg je er weer een laag overheen. De textuur van je zoektocht maakt het eindresultaat alleen maar interessanter.

🖊️Deze column van Fleur van Groningen verscheen begin 2023 in het kunstmagazine The Art Couch.

22 maart 2023

VERTROUWEN

In november deed mijn stiefvader ons een zak met maar liefst 500 bloembollen cadeau. Want mijn man Seppe, die deels opgroeide in de Auvergne en daar als kind avonturen beleefde op bergflanken vol narcissen, wilde dat zo graag. En ik natuurlijk ook - ik ben dol op bloemen (what's in a name).

Dus begon Seppe afgelopen winter al die bollen voor ons te planten. Buiten was het kil en nat, de bomen kaal en grauw, de grond hard. Maar regen of geen regen, hij ging door. Wat een karwei. Hij legde slingerende perken aan in het gazon en kwam af en toe met modderige handen om een glas water vragen.

Na een tijdje vergaten we het haast. Maar toen de lente in zicht kwam, begonnen we er weer over: dat we ditmaal een tuin vol paasbloemen zouden kunnen hebben. Of niet: want we wonen aan de oever van een rivier, de grond is er vochtig, mogelijkerwijs zouden de bollen gaan rotten. Het was een gok, we hoopten op schoonheid.

Toen gebeurde het. De eerste sprietjes. We keken ernaar met kinderogen. Steeds groter werden ze, en er kwamen er almaar meer. We bukten glimlachend. Er ontstonden smalle, elegante knoppen. Op andere plaatsen bloeiden de narcissen al, bij ons ging het trager.

Ik werd geconfronteerd met een vreemde conditionering: als ik iets héél graag wil, kan ik me onmogelijk voorstellen dat het zal gebeuren. Ik staarde naar de knoppen die langzaam geel werden en mijn innerlijke saboteur schreeuwde dat ze toch nooit zouden gaan bloeien. Het kon niet want ik wilde het zo graag. Zo was het in mijn leven toch vaak gegaan, vooral in mijn kindertijd? Almaar heviger ging ik verlangen naar een zee van geel, naar een overdonderende climax, een streep fluo markeerstift, die de angst in één keer zou wegvagen. Het kind in mij moest gesust: nu is het anders.


Intussen komen de bloemen uit. Een voor een. Niet allemaal tegelijk, niet als een imposant antwoord op mijn schrik. Ze volgen hun eigen, lyrische cadans. En zo gaat het in het leven, prent ik mezelf in. Je plant op moeilijke momenten (of iemand doet het voor je - hèhè), je neemt je verantwoordelijkheid voor datgene wat binnen je macht ligt, en dan dien je de verdere uitkomst los te laten. Angst maakt ongeduldig en dwingt grootste, meeslepende gebaren af. Maar liefde stelt zich open voor wat komt, en voor het ritme waarop het komt. Liefde is vertrouwen. Ontvankelijkheid zonder voorwaarden. Ik geniet nu van de bloemen. Misschien zelfs nog meer nu ze nog deels in knop staan: een belofte.

- Fleur van Groningen

14 februari 2023

WEEK TEGEN PESTEN

Het is de week tegen pesten (10-02 tot 17-02). Daarom deel ik graag iets over mijn eigen ervaringen, voor wie daar wat aan heeft. 

Ik werd, op één jaar na, gedurende mijn hele schooltijd gepest. Dat ging soms wel heel erg ver. En hoewel ik vaak van school veranderde, gebeurde het telkens opnieuw. Daarom concludeerde ik dat het aan mij lag. Ik merkte dat ik anders was dan de meesten, dat moest de oorzaak zijn. (En natuurlijk de zelfgemaakte kleren en afdankertjes die mijn moeder me aantrok.)

Toen ik eenmaal afgestudeerd was, zag ik wel in dat het gedrag van die pestkoppen niet oké was. Dat zij iets lelijks hadden gedaan, en niet ik. In mijn hoofd werd de schuld voorzichtig verlegd. Maar lag het dan echt alleen aan hen? Dat leek me een te makkelijke waarheid. Het leek realistischer om uit te gaan van een dynamiek, waarin ik zelf toch ook een aandeel had. Toen was dat een pijnlijke conclusie, omdat ik mezelf erom veroordeelde. Intussen doe ik dat niet meer en is het gewoon een conclusie zonder een emotionele lading.

Ik bleef dus nadenken over mijn aandeel in de gebeurtenissen. Niet vanuit een schuldvraag maar vanuit leergierigheid. Hoe kon het destijds gebeuren? Hoe kon het zich zolang blijven herhalen? Want zelfs als volwassene kreeg ik nog met pesterijen te maken – hetzij op andere plaatsen en in andere vormen. Door die herhalingen kon ik me uiteindelijk wel bewust worden van iets dat zich al die tijd onbewust in mij afspeelde, en wat door de buitenwereld werd gereflecteerd. Zonder het te beseffen, pestte ik al jaren mezelf. 

Ja, ik was anders dan de meesten en dat ben ik nog steeds. Ik ben artistiek. Ik ben hoogsensitief, zoals 1 op 5 mensen. En ik ben getraumatiseerd (al besef ik intussen dat veel meer mensen dat zijn, en het vaak zelf niet beseffen, vanwege de vooroordelen over trauma). Maar daar is niets mis mee.

En ja, ik geloof dat die pestkoppen een serieus probleem hadden. Mogelijk werd hen iets aangedaan waardoor ze anderen ook iets wilden aan doen. Om de pijn door te geven, in de ijdele hoop er zo vanaf te geraken. Of misschien waren ze bang voor de confrontatie met een aspect van henzelf: ik was immers de belichaming van de kwetsbaarheid. Of ze werden boos omdat ik zo anders was, omdat dit hen een gevoel van onveiligheid bezorgde of aan henzelf deed twijfelen.
Ik kan daarover blijven piekeren maar ik zal het nooit écht weten. En sowieso: ik kan niemand veranderen. Ik kan geen bewustzijn afdwingen. Wat de ander doet, is zijn verantwoordelijkheid. Het is niet aan mij om iemand te straffen. Iedereen creëert tot op zekere hoogte zijn eigen realiteit: destructief gedrag trekt destructieve situaties aan: dat is erg genoeg. Veel meer kan ik dus niet over die pesters zeggen. Ik heb het gebeurde nu wel geaccepteerd en aan mezelf gewerkt. Jezelf veranderen kan gelukkig wél. 

Ik sleutel al vele jaren aan mezelf, met periodes met behulp van therapie en steeds door zelfreflectie. Dat is ooit begonnen uit noodzaak, toen ik een zware depressie had en suïcidaal werd. Intussen is het een manier van leven, die garant staat voor verandering, groei en een zekere intensiteit die me geboeid houdt. Deze zoektocht leidde me naar de kern van mijn trauma’s en de gevolgen ervan in mij (zoals uitgebreid besproken in mijn jongste boek ‘Voelen zonder filter’). 

Ik heb begrepen dat ik door de moeilijke omstandigheden, al als baby begon met mezelf aan te passen aan mijn omgeving. Dat ik heel vroeg leerde te incasseren, weerloos te ondergaan en mezelf te verloochenen. Hierdoor ontstond een aangepaste versie van mezelf, een onjuiste identiteit. In de psychologie heet dat 'het onechte zelf'. Daaronder ging evenwel nog steeds een authentiek en gevoelig kind verscholen, dat zich regelmatig toch liet zien. 

Wanneer ik me aanpaste aan de anderen, werd ik vaker geaccepteerd. Was ik mezelf, dan kreeg ik  kritiek en verwijten, en was er soms sprake van geweld. Hierdoor ging ik geloven dat ik me moest neerleggen bij alle vormen van agressie. Er ontstond een vorm van agressie van binnenuit: ik veroordeelde mezelf, haatte mezelf, zette mezelf onder druk, wantrouwde mezelf. Ik begon mezelf dus te pesten. De pestkoppen in mijn leven, vielen in het niets bij mijn genadeloze innerlijke criticus. En zij bleven terugkeren omdat ze merkten dat ik hen niet wegstuurde. Dat ik vatbaar was voor wat ze deden. Ah ja, want in mijn hoofd zat een pester die nooit zweeg. 

Onlangs werd ik door een wildvreemde man uitgekafferd. Ik stapte net in mijn auto, hij stak zijn hoofd door mijn portier naar binnen en begon te brullen. Ik was net ziek geweest en voelde me fysiek nog zwak. Tot voor kort zou ik zoals steeds gereageerd hebben met de freeze overlevingsreactie, of zelfs de fawn- overlevingsreactie: meegaand zijn. Ik zou gezwegen hebben en me zelfs verontschuldigd hebben, in de hoop dat hij me dan met rust liet. Maar mensen die macht over je willen, laten je niet met rust als jij hen die macht geeft. 

Omdat ik zoveel aan mezelf heb gewerkt en enkele lieve, ondersteunende vrienden heb die me het gevoel geven dat ik veilig ben en mezelf mag zijn, had ik die reactie deze keer niet. Ik dacht niet meer: zo gaat het nu eenmaal, ik moet dit ondergaan. Ik dacht: het kan anders. En dat zei ik dan ook tegen die man. Luid en ontsteld. Dat als hij zijn boodschap op een normale manier kon brengen, ik wel wilde luisteren, maar niet op deze manier. Daarna riep ik hem nog wel na dat hij een lul was – en daar heb ik spijt van. Dat was niet respectvol. Hij gedroeg zich wel lullig, maar ik hoop me voortaan niet meer tot dat niveau te verlagen... Work in progress.

In ieder geval: er gebeurde iets wat volstrekt nieuw voor me was. De man deinsde achteruit en liep snel weg. Hij staakte zijn geraas! Want ik incasseerde niet, ik bleef trouw aan mijn grenzen en gaf die aan. Dus verloor hij zijn interesse en maakte dat hij wegkwam. En dat is wat ik nu, met terugwerkende kracht, in mijn verleden herken: dat ik altijd maar alles liet gebeuren, denkende dat er geen andere optie was. Dat ik me niet verzette tegen mijn zelfhaat en de haat van anderen. En dat ik aan mijn authenticiteit ging twijfelen en een half-fake versie van mezelf werd, omdat anderen dat om de een of andere reden zo graag wilden.

Maar waarom reageren sommige mensen zo ongemakkelijk op authenticiteit? Waarschijnlijk omdat ze zichzelf (door omstandigheden) zijn kwijtgeraakt, omdat ze hun eigen authentieke persoonlijkheid onvoldoende de ruimte kunnen geven.
En hoe inspireer je iemand om dat alsnog wél te doen? Door zelf authentiek te zijn en te blijven. Je bent dan het vlammetje waarmee de ander zich kan aansteken. Je accepteert de verschillen tussen jullie, laat elkaar in jullie waarde, en dan toon je de ander dat dit ook een mogelijkheid is.
Maar wat is die authenticiteit nu eigenlijk precies? Het is wie jij bent als je jezelf niet verregaand aanpast, maar leeft vanuit jouw essentie, jouw ziel, vanuit je hart, vanuit respect voor jezelf én de ander. Het is wie je was voor iets of iemand jou het idee gaf dat je niet goed bent zoals je bent.
En hoe maak je contact met jouw authentieke zelf? Door je emoties en intuïtie te (door)voelen - zoals beschreven in mijn boek -  en je zo (meer) bewust te worden van het pad dat bij jou hoort.

Ik heb (nog niet zo heel lang geleden) het contact met mijn ware zelf hersteld. Van daaruit kan ik onder meer goed voelen waar mijn grenzen liggen en wat (wederzijds) respect is. Wat van mij is en wat van de ander. Wat mijn verantwoordelijkheid is en wat niet. Pesten is een machtsspel. Diegene die uit is op macht heeft kwalijke bedoelingen. Diegene die de macht (onbewust) weggeeft, wordt ongewild zijn handlanger. Natuurlijk had ik als kind destijds hulp moeten krijgen, van mijn beide ouders, school, de leraren (er waren er zelfs twee die mij ook pesten!). En de grootste hulp was de volgende geweest: dat deze mensen me leerden om mijn eigen grenzen te voelen en te respecteren. Maar hoe konden ze dat doen, wellicht konden ze het toen niet eens voor zichzelf. Er is zo'n gebrek aan emotie regulatie in onze maatschappij, terwijl je wel emotionele maturiteit nodig hebt als het over grenzen gaat.

De pesterijen – mezelf onbewust pesten en gepest worden - brachten me uiteindelijk alsnog bij mijn grenzen, zoveel jaren later. Dat ik die nu wel kan voelen, dat ik nu kennelijk zelfs voor mezelf kan opkomen, en mezelf ook nog eens liever begin te zien, bezorgt me de veiligheid die ik zolang heb gezocht. Natuurlijk heb ik nog steeds geen controle over hoe anderen zich tegenover mij gedragen, maar mijn innerlijke criticus pest me niet langer en dat is een groot verschil. Ik haal mezelf niet meer onderuit en kan constructievere keuzes maken.

Met deze getuigenis wil ik niet de schuld bij het slachtoffer van pesterijen leggen. Het is mijn verhaal, één ervaring, geen blauwdruk. Ik vind nog steeds dat pestkoppen een destructieve, onrechtvaardige keuze maken en betreur dat enorm. Het kan anders. 
In feite is deze getuigenis een pleidooi voor authenticiteit. Niet het product 'authenticiteit', dat potjes confituur moet verkopen. Maar ware oorspronkelijkheid. Alles wat niet beredeneerd is, maar vrij en liefdevol. En dat laatste is geen synoniem voor klef gedoe: soms is nee zeggen het meest liefdevolle wat je kunt doen, omdat je zo voorkomt dat de ander zich laat verleiden tot destructief gedrag.

- Fleur van Groningen


10 februari 2023

Lezing: Voelen zonder filter


Op 21 januari '23 ging Fleurs lezing 'Voelen zonder filter' - over het gelijknamige boek - in première in een uitverkochte Minard Schouwburg te Gent. De reacties waren unaniem  lovend.

In het verleden trok Fleur door de culturele centra van Vlaanderen met haar lezing over haar bestseller 'Leven zonder filter'. Ze werkte hiervoor samen met het boekingskantoor Koortzz. Voortaan gaat ze echter verder met haar manager Oscar van Gelderen. U kunt hem steeds vrijblijvend contacteren voor meer informatie over de lezing.

Info over de lezing vindt u HIER.
Meer foto's van de première kunt u HIER bekijken.
De contactgegevens van Oscar van Gelderen vindt u HIER.






24 januari 2023

Podcast Onbespreekbaar - De kracht van hoogsensitiviteit



Op 8 december 2022 nam Onbespreekbaar samen met Fleur van Groningen live een podcast op over hoogsensitiviteit. Dit uitverkochte evenement vond plaats in Kunstencentrum Viernulvier. De reel die de podcast aankondigt alleen al, werd reeds 166.000 keer bekeken. De reacties op de podcast zijn hartverwarmend en overweldigend. Je kunt deze nog steeds beluisteren via Apple en Spotify of bekijken op Youtube. Bijkomende informatie vind je natuurlijk in Fleurs boeken: Voelen zonder filter en Leven zonder filter




16 januari 2023

'Belangrijk is echt naar binnen gaan, zonder oordeel'

In 2017 brak Fleur van Groningen (40) door als auteur met ‘Leven zonder filter’ over haar ervaring met hoogsensitiviteit, een boek waar het grote publiek zich warm door aangesproken voelde. Later verscheen ‘Mijn kind, mijn spiegel’ over wat de transformatie tot moeder met zich meebrengt aan ervaringen en wijsheid. En in september 2022 was er ‘Voelen zonder filter’. Ook in dit boek vertrekt ze vanuit haar persoonlijke verhaal, waarbij ze verslag uitbrengt van werkelijk leren voelen. In dit boek waagt de auteur zich ook aan een toegankelijke, soms voorzichtig duidende taal, waarbij ze voornamelijk vanuit haar ervaring schrijft, maar toch zorgvuldig geïnformeerd overkomt.


tekst: KAREN TERLINCK voor METAFOOR

Voor mij heb je echt een gave om te praten in gewone mensentaal. Dat maakt jouw boeken heel toegankelijk voor een breed publiek.

FVG: “Die reactie krijg ik wel vaker, zelfs dat er met mijn boeken in de praktijk gewerkt wordt: therapeut en/of cliënt lezen mijn boek en nemen dit dan werkelijk mee in de sessies. Dat vind ik echt fijn om te horen.”

Klopt het dat jij zelf niet zozeer in jargon denkt?

FVG: “Toen ik zelf in therapie was, hanteerden mijn therapeut en ik niet bepaald technische taal. Later, nadat ik grotere doorbraken had gehad, ben ik veel gaan lezen en leerde ik dus achteraf het jargon voor de dingen die ik al eerder had doorgemaakt. Ik leerde begrippen zoals het pseudo-zelf, het onechte zelf en het authentieke zelf, om maar een voorbeeld te geven. Al die benamingen maken het wel overzichtelijker en bespreekbaarder. Je creëert een gepaste, gemeenschappelijke taal en je kan soms specifieker duiden. Maar ik vind het ervaringsgegeven toch wel heel belangrijk. Ik wil me niet vanuit het cognitieve beperken tot boekenwijsheid; het zijn mijn ervaringen die mij de wezenlijke inzichten brengen. Anderzijds is het ook fijn om de theorie te kunnen hanteren als een soort landkaart, het geeft overzicht.”

Je bent zelf lifecoach. Ga je hier ook mee aan de slag, in een eigen praktijk bijvoorbeeld?

FVG: “Ik heb gestudeerd om lifecoach te zijn en ik had ook een eigen praktijk, maar ik ben ermee gestopt nog voor ‘Leven zonder filter’ uitkwam. Ik was toen nog codependent, ik versmolt nog teveel met de andere persoon en kon niet goed afbakenen, qua tijd bijvoorbeeld. Ik had op dat moment naast mijn praktijk ook een drukke job en een toxische relatie die op zijn einde liep en kwam gewoon te weinig aan zelfzorg toe. Het was niet het juiste moment. Misschien dat ik het later nog opneem, ik sluit het alleszins niet uit. Op dit moment spreek ik vaak voor grote groepen, dat trekt me nu meer dan één op één werken. Sinds ‘Leven zonder filter’ geef ik lezingen. Dat geeft me het gevoel dat ik met eenvoudige taal veel mensen bereik, waar ze dan concreet iets mee kunnen. Misschien is dat wel een beetje de Pater Damiaan, of nog beter, de zuster Flora in mij. (lacht) Mogelijk ga ik ook met podcasts aan de slag. Op deze manier coach ik natuurlijk ook wel een beetje.”

Als ik je boeken lees, bedenk ik wel eens dat jij een fijne psychotherapeut zou zijn.

FVG: “Dat wordt wel vaker gezegd, maar ik heb daarvoor niet de gepaste theoretische achtergrond. Ik ben ooit aan de opleiding psychologie begonnen, maar het vak statistiek viel me echt niet mee. Ik heb dyscalculie, moet je weten. Bovendien was er een casusbespreking die erg dicht bij een stuk van mijn eigen levensverhaal kwam en dus erg confronterend voor me was. De docente in kwestie gaf aan dat de beste benadering van deze casus om een levenslange opname in psychiatrie vroeg. Dat kwam erg bij me aan en maakte zelfs dat ik, vanuit teleurstelling, gestopt ben met de opleiding.”

Je tekent en je schildert. Zou het creatieve therapeutschap dan niets voor jou zijn?

FVG: “Dat heb ik vroeger wel overwogen. Soms denk ik daar nog over, maar ik denk dat ik die creatieve therapie nu vooral op mezelf moet toepassen. Ik heb kunsthumanoria gedaan, mijn grote droom was om ooit schilder te worden. Mijn vader was schilder en hij wilde graag dat ik een artistieke weg uitging, maar ik heb me tegen hem afgezet. Daardoor heb ik mijn schilderen lange tijd stilgelegd en eigenlijk een stuk van mezelf verloochend.
Sinds een aantal jaren schilder ik weer en ik word er helemaal gelukkig van. Het voelt heel natuurlijk en puur aan, nog meer dan schrijven. Mijn schilderen is pure creatie, pure zelfexpressie, volledig aan het cognitieve voorbij. Ik ben dan gewoon. En wie weet, wat vloeit daar nog uit voort? Ik denk dat ik nu zo’n goed jaar rond ben met de grootste problemen in mijn leven, maar ik ben wel lang onderweg geweest. Dat maakt mij wel een beetje tot een wounded healer, en ik zal wellicht altijd wel een beetje wounded blijven. Vandaar de creatieve therapie voor mezelf.
Zelfzorg blijft hoe dan ook heel belangrijk. Wie niet aan zichzelf geeft, kan niet aan anderen blijven geven.”

In je boek ‘Mijn kind, mijn spiegel’ vond ik het heel treffend hoe je beschrijft dat je soms je zoontje dicht bij je neemt, zijn gespannenheid of emoties absorbeert en dan afvoert.

FVG: “Voor mij is dat heel natuurlijk, maar niet iedereen vindt dat. Ik vermoed nochtans dat iedereen dit vermogen in zich draagt. Ik heb dat heel sterk en doe dat ook voor mijn man, soms ook voor andere mensen. Ik merk dat ik vaak emoties absorbeer van anderen, soms flink tegen mijn zin. Voor mijn zoontje doe ik dat met heel veel plezier, alhoewel ik hem op zeker moment toch wil leren om ze zelf af te voeren. Dit beschrijf ik trouwens ook in ‘Voelen zonder filter.’ Het is een vorm van co-regulatie, maar misschien nog een stapje verder. Ik ga niet zozeer de emotie vanuit mijn ratio verder begeleiden, maar ze mee helpen doorvoelen en afvoeren.”

In ‘Voelen zonder filter’ las ik je stappenplan om met emoties om te gaan en er contact mee te maken. Kan je dit voor ons even samenvatten?

FVG: “Vaak voel ik het fysieke signaal eerst. Mijn keel knijpt dicht, ik voel buikpijn. Je lichaam is de klankkast van je emoties, het communiceert heel duidelijk en is zo eigenlijk je bondgenoot in het opmerken dat er iets aan de hand is. Belangrijk is om dan niet van de emoties weg te kijken, afleiding te zoeken of ze zelfs weg te duwen, maar echt naar binnen te gaan, zonder oordeel. Zo kan je ervaren wat er leeft: is het pijn, woede, angst…? Ik laat die emotie helemaal komen, tot die een hoogtepunt bereikt en vanzelf weer afneemt en zelfs verdwijnt. Daarna uit ik de emotie, bijvoorbeeld door te huilen of iets op te schrijven. Maar je kan het ook doen door te sporten of eens goed te gaan roepen in het bos. Wanneer de emotie er werkelijk heeft mogen zijn en mijn systeem verlaten heeft, komt er een inzicht voor in de plaats. Bijvoorbeeld: ik ervaar buikpijn, ga door de bijhorende emoties en besef dan: ik voel me niet goed in mijn job. Van daaruit kan ik dan bijvoorbeeld tot het inzicht komen dat ik van job wil veranderen.”

Voor mij heeft het veel weg van focussen uit Gendlins experiëntiële therapie.

FVG: “Deze stroming is mij niet bekend, maar ik vertrek sowieso altijd vanuit mijn lichaam. Het komt erop neer dat ik het moet durven aangaan om door de emotie te gaan. Wij hebben vaak niet geleerd om dit te doen; we sussen of gaan het doorvoelen uit de weg. Belangrijk is ook om niet te oordelen, maar om het voelen er gewoon te laten zijn. Jezelf veroordelen is uit verbinding gaan met jezelf, zo laat je jezelf enorm in de steek.”

Kan jij dit altijd zo netjes toepassen? 

FVG: “Nee hoor, met woede heb ik het nog wel eens lastig. Toch is het belangrijk om ook dit te laten zijn. Ik heb met mezelf de afspraak gemaakt om mezelf zo min mogelijk te veroordelen en op die manier werkelijk contact te maken met mezelf. Zelfveroordeling brengt me heel weinig. Momenteel ben ik volop aan het oefenen met woede. Ik was vijfendertig toen ik voor de eerste keer echt heel boos ben geworden. Ik voelde altijd wel verdriet, maar niet de woede die erbij hoorde. Ik sta nu mezelf toe om dat wel te voelen. Woede geeft me wel kracht en helpt me ontdekken waar mijn grenzen liggen.”

Kan jij inmiddels dan nu echt in woede uitbarsten?

FVG: “Dat gebeurt heel soms, maar dat voelt dan wel als een moment van machteloosheid. Ik vind het interessanter om beheerst voor mezelf op te komen. Vanuit het moederschap ben ik autoritairder geworden, omdat een gezonde vorm van autoriteit een kwaliteit is. Ik vind het soms wel grappig dat andere mensen dan ook netjes luisteren. (lacht) Weet je, ik ben dan duidelijk.”

Vertaal ik het goed dat het voor jou heel zen is om aanwezige emoties bestaansrecht te geven en goed te luisteren naar het verlangen of de nood die er onder zit?

FVG: “Ik zou het niet zozeer zen noemen, mij gaat het er eerder om een gezonde liefdesrelatie met jezelf te hebben. Zoals ik bijvoorbeeld mijn man, die ik als zeer redelijk ervaar en door en door vertrouw, zeker au sérieux neem wanneer hij met iets bij mij komt, zo wil ik ook met mezelf omgaan. Over het algemeen heb ik door de jaren heen wel geleerd dat ik meestal een goede reden heb om te voelen wat ik voel, ook als het om woede gaat.

Vroeger herkende ik de emotie niet, ving ik de signalen daarvan niet op en kon ik bijvoorbeeld daardoor grensoverschrijdend gedrag van een ander niet goed hanteren. Ik legde voortdurend de schuld bij mezelf en werd daardoor gemanipuleerd. Ik ging rationaliseren of zelfs verdringen, dat zijn natuurlijk allerlei afweermechanismes. Maar er is wel een verschil tussen een emotie laten zijn en die emotie naar iemand anders sturen, tussen boos zijn en je afreageren. Ik vind het belangrijk om die emotie bij mij te houden en te doorvoelen. Als ik dan in gesprek wil gaan met iemand over iets, dan zorg ik dat ik indien mogelijk eerst doorvoeld heb wat er is. Anders ontaardt het in een toernooi van emoties en dat is vermoeiend en verwarrend. En jawel, ik zal mijn emoties wel tonen, maar ik wil vooral tijdens het gesprek die emoties niet de overhand laten nemen. Dan krijg je vaak escalaties en zo kom je niet tot de kern.”

Toch hoor je mensen wel eens zeggen: we zijn eens stevig kwaad geweest op elkaar en dat heeft uiteindelijk wel deugd gedaan. Klopt dat dan niet voor jou?

FVG: “Dat kan zeker deugd doen, omdat je de dingen dan benoemt en doorvoelt. Maar dat kan ook op een respectvolle manier. Ik denk dat het gunstig is dat je de verantwoordelijkheid niet volledig bij een ander legt, maar je goed realiseert dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. Belangrijk is wel om de dialoog aan te gaan met mensen die zelf ook bereid zijn om hun eigen aandeel te bekijken. Met mensen die dit niet, willen of kunnen, ga ik niet in discussie. Dit gaat dan over zelfbescherming, en misschien ook wel over het beschermen van de ander tegen zichzelf.”

Op welke manier heeft therapie jou geholpen in dit proces? Wat is het belangrijkste dat therapie jou doorheen de jaren heeft bijgebracht?

FVG: “Tijdens de EMDR-therapie ging ik oude emoties alsnog doorvoelen en zo opruimen. Vooral bij de oude woede komen, was moeilijk. Ik bleef maar in het bovenliggende verdriet hangen. Maar toen ik er toch kwam en het doorvoelde, was dit zeer bevrijdend. Ik kreeg mezelf terug. Die ervaring heeft me geïnspireerd om ook in relaties met anderen de dingen te benoemen en te blijven voelen. Daarop heb ik niet gewerkt met mijn therapeut, ik ben er gewoon zelf mee aan de slag gegaan in mijn dagelijkse leven.”

Je hebt positieve ervaringen met EMDR en vertelt ook dat je je thuis voelt in het lichaamsgerichte.

FVG: “Jazeker, want je omzeilt zo de cognitie, die soms een vlucht kan zijn of een poging tot controle, waardoor je niet aan het doorvoelen toekomt. Dit met alle respect voor cognitief of inzichtelijk georiënteerde kaders natuurlijk. Maar we hebben niet alleen maar een geest. Ook je lichaam slaat negatieve herinneringen, trauma’s, stressreacties … op. Wanneer hier helemaal niets mee gebeurt, kan je gaan psychosomatiseren of lichamelijk blokkeren. Het werken met EMDR was inderdaad heel verrijkend op zich, maar toen ik die begon te combineren met fasciatherapie, behaalde ik nog betere resultaten. Fascia is, net zoals kinesitherapie en osteotherapie, een vorm van manuele therapie waarbij men zich concentreert op de werking van het bindweefsel. Dit is overal in ons lichaam aanwezig en een lichaam kan in overlevingsmodus of in ontspanningsmodus verkeren. Door trauma gaat je lichaam in de overlevingsmodus. Door het bindweefsel op een bepaalde manier te masseren, stuurt het de boodschap naar je hersenen dat je veilig bent. Hierdoor kan je lichaam ontspannen. In de ontspanningsmodus komt het toe aan verteren – ook het emotionele- en regenereren. Wie voortdurend aan het overleven is, kan dus allerlei gezondheidsklachten krijgen, die voortkomen uit onveiligheidsgevoelens door trauma.”

Eigenlijk ben ik in de loop van ons gesprek geneigd om jou als ‘heel energetisch’ te beschrijven. We hebben het daar steeds weer over, zo lijkt het wel.

FVG: “Wel, alles is energie, van grofstoffelijk tot fijnstoffelijk. Soms vinden mensen praten over energie nogal zweverig, maar ik vind het heel aards en realisistisch.”

Hoe ervaar jij dat “energetisch leven” persoonlijk?

FVG: “Ik ervaar de energie van emoties, mensen, plaatsen, kunstwerken … noem maar op. Doordat ik gevoelig ben, ervaar ik de nuances tussen al die verschillende energieën. Ik herken bijvoorbeeld het verschil tussen de energie van generositeit en die van jaloezie. Wanneer iemand met me praat, hoor ik zijn woorden én voel ik ook de energie die hij uitzendt. Komt deze niet overeen met wat hij zegt – geeft iemand me een compliment omdat het zo hoort maar is hij in werkelijkheid afgunstig – dan is dit voor mij verwarrend. Ik hecht immers niet meer waarde aan het verbale dan aan het non-verbale, maar het is niet altijd gepast om te zeggen: ‘Ik voel dat je niet meent wat je zegt’.
Dat ik kan voelen wanneer iemand liegt, of een verborgen agenda heeft, heeft me wel al vaak geholpen. Vroeger negeerde ik die informatie, omdat ik hoopte dat ik me vergiste, maar dan bleek mettertijd toch dat ik het juist had. Nu negeer ik mijn intuïtie niet meer.”

‘Voelen zonder filter’ klinkt qua titel als een vervolg op ‘Leven zonder filter’. In welke mate zie jij dit boek als een vervolg of eerder als een verdieping?

FVG: “Leven zonder filter ging over mijn ervaring met hoogsensitiviteit en richtte zich dus vooral tot hoogsensitieve mensen. Voelen zonder filter gaat over omgaan met emoties, en bereikt daarmee een breder publiek. Ook mensen die niet hoogsensitief zijn, hebben emoties en worstelen daar mee. Voelen zonder filter helpt mensen om hun emoties te reguleren en te onderzoeken waar ze vandaan komen. Vandaar dat het onder meer inzoomt op trauma. Natuurlijk zie ik de relatie tussen hoogsensitiviteit en hypervigilantie door trauma, en de invloed van transgenerationeel trauma op de hersenen. In die zin is dit boek wel een verdieping.”

Hoe ben jij doorheen de jaren anders gaan kijken naar hoogsensiviteit? Heb jij voortschrijdend inzicht over bepaald aspecten ervan?

FVG: “Leven zonder filter was – en is nog steeds- een hit. Journalisten vroegen mij telkens of er dan veel meer hoogsensitieve mensen zijn dan we denken. Eén op vijf is natuurlijk veel. Maar daarnaast heb ik zelf de indruk dat veel mensen hypervigilant zijn door trauma, en deze gevoeligheid vanuit angst verwarren met hoogsensitiviteit.
Hoogsensitiviteit is een aangeboren persoonlijkheidskenmerk: je hebt andere hersenen die meer signalen binnenkrijgen en deze diepgaand verwerken. Die hersenen veranderen niet. Maar door te helen van trauma, word je minder angstig en speur je niet meer zo naar gevaar. En doordat je burn-out geneest, kan je wel minder gevoelig worden voor zintuigelijke prikkels.
Tegelijk is er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de fysieke effecten van wat ik in mijn boek ‘doorgeeftrauma’ noem: de hersenen van muizen muteren onder invloed van het trauma van hun voorouders. Dat trauma onze sensitieve responsiviteit beïnvloedt, lijkt mij logisch.
Daarnaast heb ik intussen begrepen dat de gepreoccupeerde hechtingsstijl, waarbij mensen zich zeer afhankelijk van anderen opstellen en daardoor emotioneel erg kwetsbaar zijn, al eens wordt aanzien voor hoogsensitiviteit. Maar dat lijken mij twee verschillende dingen.”

Mogen we nog boeken van jou verwachten?

FVG: “Momenteel wil ik even geen non-fictie meer schrijven. Maar dat heb ik jaren geleden ook al eens gezegd en toen kwam Voelen zonder filter er toch. Dus wie weet. Al denk ik dat ik in dit boek nu wel erg veel inzichten en ervaringen heb gebundeld.
Voorlopig richt ik me liever op het schrijven van fictie. Het is prettig om niet steeds openlijk in je eigen wonden te roeren, ik wil weer wat privacy.”

Heb je misschien een boodschap voor de therapeutische wereld?

FVG: “Lezers schrijven me dat ze Voelen zonder filter gebruiken in hun therapie, omdat ze zo gericht met de therapeut over bepaalde onderwerpen kunnen spreken en er praktisch mee aan de slag gaan. Misschien is het daarom interessant om het eens te lezen? Het is een boek over bewustwording, daar draait het volgens mij in het leven om.”


Dit interview verscheen in januari 2023 in het vakblad Metafoor. 
Metafoor is een uitgave van de V.V.T.I.V. of de Vlaamse 
Vereniging voor Therapeuten in de Interactionele Vormgeving.

21 december 2022

OP DE SOFA - Fleur van Groningen in Psychologies

Ze werd onlangs veertig, bracht deze maand haar zesde boek uit en zegt zelf dat ze zich nooit gelukkiger voelde dan op dit moment in haar leven. Redenen genoeg om schrijfster Fleur van Groningen uit te nodigen voor een diepgaand gesprek over de dappere zoektocht naar wat ze haar ‘authentieke zelf’ noemt.

Tekst: Ans Vroom - foto's: Studio Leyssen - visagie: Ine Bongaerts - kledij: Xandres

Het is een stralende Fleur die op een heerlijke zomermiddag van haar latte nipt op een zonovergoten Antwerps terras. Haar gulle, warme glimlach verraadt veel over haar huidige gemoedstoestand. Voor mij zit overduidelijk een tevreden vrouw. Wie haar boeken gelezen heeft weet nochtans dat het ooit anders geweest is. De artistieke duizendpoot (Fleur schrijft, maakt muziek, schildert en tekent cartoons) is in haar werk doorgaans heel open over haar moeilijke jeugd, haar afwezige vader, haar ervaringen met grensoverschrijdend gedrag en haar depressieve periodes. In haar nieuwste boek Voelen zonder filter legt ze haarfijn uit hoe ze erin geslaagd is de trauma’s uit haar verleden te verwerken en eindelijk emotioneel volwassen te worden, ondanks de vele hindernissen op haar pad. Zelf noemt ze het een ‘verslag van leren voelen’.

Mensen kennen jou als een hoogsensitief persoon. Toch heeft het bijna tot je veertigste geduurd voor je naar eigen zeggen echt leerde voelen.   

Fleur van Groningen: ‘Door mijn hoogsensitiviteit ben ik inderdaad altijd supergevoelig geweest. Maar ik heb pas laat beseft dat gevoelig zijn niet betekent dat je goed kan voelen. Dat zijn twee verschillende dingen. Echt voelen betekent dat je bij jezelf een emotie kan herkennen, die vervolgens kan doorvoelen en daarna ook weer kan loslaten. Ik groeide op met een depressieve moeder die mij parentificeerde, waardoor ik mijn eigen schaduwkant moest onderdrukken. Mijn emoties waren te belastend voor haar, dus heb ik tijdens mijn jeugd onbewust de verbinding met mijn binnenste grotendeels verbroken. Het is pas wanneer ik op latere leeftijd zelf een depressie kreeg dat ik gedwongen werd om pijn, woede en verdriet te gaan voelen. Gaandeweg heb ik geleerd om al die emoties alsnog te doorvoelen en op te ruimen.’

Vanwaar kwam de noodzaak om dat proces opnieuw met een lezerspubliek te delen?

F.v.G: ‘Lange tijd heb ik mij heel alleen gevoeld met mijn emotionele worstelingen. Ik dacht dat ik achterliep op de anderen en dat iedereen emotioneel volwassen was, behalve ik. Tot ik begon te zien dat de waarheid helemaal anders ligt, en dat veel ouders hun emotionele pijn doorgeven aan hun kinderen, wat onnoemelijk veel lijden veroorzaakt. Tijdens de coronapandemie werden mensen naar binnen gedwongen. Ik merkte hoe sommigen het moeilijk hadden met die confrontatie. Er kwamen veel trauma’s en onverwerkt verdriet naar boven, en ik zag vooral onvermogen om daar op een constructieve manier mee om te gaan. Ondertussen is er terug meer afleiding, en is het verleidelijk om dingen opnieuw onder de mat te schuiven. Ik ben er echter van overtuigd dat veel mensen aan de slag willen met hun mentale problemen, maar niet altijd weten hoe ze daaraan moeten beginnen. Dit boek is er voor hen. Ik zie mijzelf als een compagnon de route die vertelt hoe het bij mij is gegaan, om zo misschien lotgenoten te inspireren.’

In je boek omschrijf je jezelf als je eigen studieobject. Is die interesse in psychologie er altijd al geweest?

F.v.G.: ‘Ik heb altijd geweten dat ik graag ten dienste wilde staan van andere mensen, maar ik had nooit gedacht dat het deze vorm zou aannemen. Mijn interesse in psychologie is er gekomen vanuit een grote overlevingsdrang. Ik ben opgegroeid bij een emotioneel onvolwassen moeder en een afwezige vader. Ik heb van thuis uit nooit de tools gekregen om om te gaan met moeilijke gebeurtenissen, dus ik moest wel zelf op zoek gaan naar manieren om mijn trauma’s te boven te komen. Met behulp van therapeuten heb ik gaandeweg geleerd om mijn angsten te verwerken, maar ik heb alles zelf moeten uitzoeken omdat niemand anders het voor mij deed. Ik ga ervan uit dat ik niet uniek ben, en dat er een heleboel mensen zijn zoals ik. Daarom schrijf ik de boeken die ik als jonge vrouw had willen lezen. Als ik dit boek op mijn twintigste had gelezen, had ik mijzelf veel tijd en zoekwerk bespaard.’

Je boek leest inderdaad bijna als een toegankelijke cursus psychologie, waarin zowel trauma, hechting, narcisme, verslaving en codependentie aan bod komen. Wat maakt jou een expert om het hierover te hebben?

F.v.G.: ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus. Ik heb dus wel degelijk iets moeten overwinnen om op deze manier naar buiten te durven komen. Maar na het succes van Leven zonder filter (Fleurs boek over hoogsensitiviteit) werd ik overspoeld met hulpvragen van lezers. Ik besefte dat ik wel degelijk iets kon betekenen voor anderen door mijn persoonlijke verhaal met hen te delen, ook al heb ik misschien geen diploma psychologie. Ik geloof dat overlevers van trauma vaak de echte specialisten zijn, en dat niet alle kennis uit een studieboek hoeft te komen. Ik heb mij lang minderwaardig gevoeld door dat gebrek aan diploma, maar ik geloof nu dat ik de bagage heb om mensen te helpen, zonder aan zelfoverschatting te doen. Ik doe dat bewust niet op een belerende manier, maar stel mij kwetsbaar op. Ik plaats mij op gelijke voet met mijn lezers en introduceer termen die ze misschien nog niet kennen, zodat ze zich verder kunnen gaan informeren. Het moeilijkste aan je slecht voelen is niet weten waar de pijn vandaan komt. Dit boek is bedoeld voor mensen die dat willen uitzoeken, mensen die bereid zijn om aan zichzelf te werken en de wens voelen om te evolueren.’

Leven zonder filter was een bestseller. Er werden sinds de publicatie in 2017 meer dan 60.000 exemplaren van verkocht. Toch geef je nu toe dat je niet van dat succes hebt kunnen genieten. Was je destijds te overrompeld door de aandacht?

F.v.G.: ‘Ik was inderdaad niet voorbereid op het enorme succes van dat boek. Uiteraard was ik dankbaar voor de aandacht en de erkenning, maar ik verkeerde in de maanden na de publicatie in een constante staat van overprikkeling. Mensen klampten mij aan om mij te bedanken of om advies te vragen, maar ik was op dat moment zelf nog aan het herstellen van een toxische relatie met psychisch misbruik. Ik had last van angst en wantrouwen, ik had weinig te geven. Daarnaast kreeg ik in diezelfde periode twee miskramen te verwerken, en verloor ik op twee weken tijd mijn vader en mijn grootmoeder. Ik ging door een hele intense periode. Het is pas onlangs dat ik besefte dat dat boek echt een verschil gemaakt heeft voor veel mensen. Zoveel gevoelige mensen zitten in een isolement. Pas wanneer ze ontdekken dat ze met velen zijn gaan ze zichzelf minder bekritiseren. Op dat moment kunnen ze samen krachtiger worden. Nu ontroert het mij dat ik daartoe heb bijgedragen.’

Ondertussen is er veel veranderd in je leven. Je schrijft dat je voor het eerst een gelukkige, stabiele relatie hebt, en je bent mama geworden van een zoon.

F.v.G.: ‘Het moederschap was de grootste motor voor het schrijven van mijn nieuwe boek, en vooral voor het proces dat eraan voorafging. Zonder mijn zoontje Rex had ik nooit de moed gehad om mijn laatste angsten onder ogen te zien. Ik dacht dat ik komaf had gemaakt met mijn verleden, tot ik merkte dat mijn kind het moeilijk kreeg wanneer ik gespannen was. Rex sliep bijvoorbeeld heel slecht op momenten dat ik ergens mee worstelde. Ik wilde niet dat hij de dupe werd van mijn onderdrukte emoties, dus heb ik een vast stramien ontwikkeld om mijn emoties heel bewust te doorvoelen en af te voeren, zodat ik er niet meer door gegijzeld word. Ik voel mij nu heel rustig en gebalanceerd. Mijn zoon heeft mij gedwongen om aan zelfzorg te doen en niet meer over mijn eigen grenzen te gaan, om zo een betere moeder voor hem te worden.’

Je hebt het in je boek ook over transgenerationeel trauma. Heb je door je eigen opvoeding getwijfeld aan je capaciteiten als moeder?

F.v.G.: ‘Ik wilde vooral dat mijn kind niet moest meemaken wat ik heb meegemaakt. Ik ben heel lang kwaad geweest op mijn ouders zonder dat ik het besefte. Het heeft tot vlak voor mijn bevalling geduurd voor ik die woede kon toelaten. Als je als kind niet leert om het totale spectrum aan emoties te doorvoelen krijg je later problemen. Want emoties blijven in uw onderbewustzijn hangen, tot de emmer overloopt. Dat gebeurde bij mij voor het eerst op mijn zestiende, toen ik een zware depressie kreeg. De dam brak, en ik werd overspoeld door een gevoel van doodsangst en waanzinnig verdriet. Mijn man Seppe en ik leren onze zoon nu dat al zijn gevoelens er mogen zijn. Hopelijk zal hij zich nooit onbegrepen of afgewezen voelen, zoals ik als kind toen mijn ouders er niet voor mij konden zijn.’

Ondanks de traumatische ervaringen uit je jeugd hamer je er in je boek heel sterk op dat je geen wrok meer koestert tegenover je ouders. Hoe is je relatie vandaag met je moeder?

F.v.G.: ‘Mijn moeder heeft samen met mij een lang en helend proces afgelegd. Ze geeft toe dat er vroeger dingen zijn misgegaan en ze heeft aan zichzelf gewerkt. Ik heb haar vergeven en ben trots op haar moed om fouten toe te geven en ermee aan de slag te gaan. Ze is niet meer de persoon die ze toen was, mede dankzij mijn stiefvader die ook voor mij veel betekend heeft. Mijn echte vader kon heel weinig geven, maar hij kwam wel veel halen. Daardoor voelde ik mij als jong meisje vaak uitgehold en gebruikt. Ondertussen weet ik dat hij zelf een zeer traumatiserende jeugd heeft gehad. De pijn is er soms nog steeds, maar de rancune is weg. Mijn vader is gestorven en kan mij geen pijn meer doen, en mijn moeder is veranderd en doet haar best om mij geen pijn meer te doen. Ze is fier op wie ik geworden ben, en ik ben haar heel dankbaar dat ze mij ons verhaal laat delen met mijn lezers.’

Naast je ouders zijn er ook andere mensen die jou beschadigd hebben, zoals de pesters uit je schooltijd en plegers van seksueel misbruik. Hoe moeilijk is het om hen te vergeven?

F.v.G.: ‘Ik ben bijna heel mijn schoolcarrière gepest geweest. Ik deel in mijn boek enkel de ervaringen die verwerkt zijn, maar de littekens blijven. Ik ben nog steeds gevoelig voor gemene opmerkingen. Ik heb mij ook heel lang willen bewijzen tegenover de pesters van vroeger, maar die geldingsdrang is gelukkig voorbij. Omdat ik ondertussen een goede relatie heb met mezelf ben ik niet meer zo afhankelijk van wat de buitenwereld denkt. Seksueel misbruik is een ander verhaal. Wie als kind een verkrachting meemaakt is voor altijd getekend. Ik ben grotendeels geheeld maar ik weet niet of ik het ooit volledig verwerkt krijg, al heb ik al een lange weg afgelegd. Tegelijkertijd zorgen die ervaringen ervoor dat ik makkelijk begrip kan opbrengen voor andere slachtoffers.’

Je probeerde door de jaren heen verschillende soorten behandelingen uit, van traditionele praattherapie tot EMDR, ademhalings- en fasciatherapie tot meditatie. Waar heb je zelf het meeste aan gehad?

F.v.G.: ‘EMDR heeft een spectaculair effect op mij gehad. Het heeft mij geholpen om mijn hersenen te herprogrammeren en de trauma’s uit mijn jeugd op te ruimen. Daarnaast geloof ik ook heel erg in lichaamsgerichte therapieën. Want ook je lichaam slaat negatieve herinneringen zoals stressreacties op. Als trauma’s niet verwerkt worden kan je lijf blokkeren. Omdat ik zo lang in overlevingsmodus heb geleefd ontwikkelde ik maag- en darmproblemen. Tijdens de fasciatherapie heb ik voor de allereerste keer gevoeld wat echte ontspanning is. Mijn lichaam werd ineens een fijne plek om in te wonen, terwijl ik het daarvoor als een last beschouwde. Ik was er ook nooit tevreden over. Tijdens een verkrachting word je zodanig gebruuskeerd in je vrouwelijkheid dat het moeilijk kan zijn om je lichaam daarna nog graag te zien. Ook mijn twee miskramen zorgden voor een negatieve houding tegenover mijn lijf. Daarom ben ik zo dankbaar dat het mij toch gelukt is om een gezond kind op de wereld te zetten.’

Je hamert ook op het belang van mentale hygiëne. Hoe breng je dat in de praktijk?

F.v.G: ‘Ik ben ervan overtuigd dat onbewuste gedachten vaak bewuste emoties veroorzaken, dus ik train mezelf in positief denken. Ik doe bijvoorbeeld niet meer aan veronderstellingen, want daar kruipt te veel energie in. Ik ben ook gestopt met piekeren over dingen die ik toch niet kan veranderen. Gesprekken in je hoofd voeren, roddelen over anderen, het heeft allemaal geen zin. Ik probeer niet vooringenomen te zijn en zo open mogelijk naar de wereld te kijken. Maar dat zijn allemaal dingen die ik gaandeweg heb moeten leren. Je kan pas mildheid opbrengen voor anderen als je mild bent voor jezelf.’

Het lijkt alsof je op je veertigste sterker dan ooit in je schoenen staat.

F.v.G.: ‘Dat is zo. Ik voel me vooral heel tevreden. Ik prijs mezelf gelukkig met mijn goede relatie, mijn geweldige zoon en mijn knusse huisje met mijn mooie tuin. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Omdat ik als kind heel weinig heb gehad, ben ik nu snel dankbaar om kleine dingen. Uiteindelijk draait alles in het leven om liefde en schoonheid. Ik weet wat het is om dat niet te hebben, dus ik kan er intens van genieten, al heb ik er hard voor gewerkt om mezelf dat gevoel te gunnen. Veertig worden vond ik niet evident. Ik had het gevoel dat ik nog zoveel goed moest maken tegenover het kleine meisje van vroeger, het meisje aan wie ik een beter leven beloofd had. Tot ik besefte dat haar kinderlijke definitie van een beter leven berustte op een misverstand. Zij zocht succes en bevestiging in uiterlijkheden, maar het ging erom dat ik leerde om emotioneel volwassen te worden. Ik heb geleerd om mezelf liefde te geven, zodat ik het ook aan anderen kan geven. En op die manier heb ik precies gedaan wat dat kleine, beschadigde meisje nodig had.’

(Dit interview verscheen in Psychologies, nr 104, Herfst 2022.)