24 januari 2023

Podcast Onbespreekbaar - De kracht van hoogsensitiviteit



Op 8 december 2022 nam Onbespreekbaar samen met Fleur van Groningen live een podcast op over hoogsensitiviteit. Dit uitverkochte evenement vond plaats in Kunstencentrum Viernulvier. De reel die de podcast aankondigt alleen al, werd reeds 166.000 keer bekeken. De reacties op de podcast hartverwarmend en overweldigend. Je kunt deze nog steeds beluisteren via Apple en Spotify of bekijken op Youtube. Bijkomende informatie vind je natuurlijk in Fleurs boeken: Voelen zonder filter en Leven zonder filter




16 januari 2023

'Belangrijk is echt naar binnen gaan, zonder oordeel'

In 2017 brak Fleur van Groningen (40) door als auteur met ‘Leven zonder filter’ over haar ervaring met hoogsensitiviteit, een boek waar het grote publiek zich warm door aangesproken voelde. Later verscheen ‘Mijn kind, mijn spiegel’ over wat de transformatie tot moeder met zich meebrengt aan ervaringen en wijsheid. En in september 2022 was er ‘Voelen zonder filter’. Ook in dit boek vertrekt ze vanuit haar persoonlijke verhaal, waarbij ze verslag uitbrengt van werkelijk leren voelen. In dit boek waagt de auteur zich ook aan een toegankelijke, soms voorzichtig duidende taal, waarbij ze voornamelijk vanuit haar ervaring schrijft, maar toch zorgvuldig geïnformeerd overkomt.


tekst: KAREN TERLINCK voor METAFOOR

Voor mij heb je echt een gave om te praten in gewone mensentaal. Dat maakt jouw boeken heel toegankelijk voor een breed publiek.

FVG: “Die reactie krijg ik wel vaker, zelfs dat er met mijn boeken in de praktijk gewerkt wordt: therapeut en/of cliënt lezen mijn boek en nemen dit dan werkelijk mee in de sessies. Dat vind ik echt fijn om te horen.”

Klopt het dat jij zelf niet zozeer in jargon denkt?

FVG: “Toen ik zelf in therapie was, hanteerden mijn therapeut en ik niet bepaald technische taal. Later, nadat ik grotere doorbraken had gehad, ben ik veel gaan lezen en leerde ik dus achteraf het jargon voor de dingen die ik al eerder had doorgemaakt. Ik leerde begrippen zoals het pseudo-zelf, het onechte zelf en het authentieke zelf, om maar een voorbeeld te geven. Al die benamingen maken het wel overzichtelijker en bespreekbaarder. Je creëert een gepaste, gemeenschappelijke taal en je kan soms specifieker duiden. Maar ik vind het ervaringsgegeven toch wel heel belangrijk. Ik wil me niet vanuit het cognitieve beperken tot boekenwijsheid; het zijn mijn ervaringen die mij de wezenlijke inzichten brengen. Anderzijds is het ook fijn om de theorie te kunnen hanteren als een soort landkaart, het geeft overzicht.”

Je bent zelf lifecoach. Ga je hier ook mee aan de slag, in een eigen praktijk bijvoorbeeld?

FVG: “Ik heb gestudeerd om lifecoach te zijn en ik had ook een eigen praktijk, maar ik ben ermee gestopt nog voor ‘Leven zonder filter’ uitkwam. Ik was toen nog codependent, ik versmolt nog teveel met de andere persoon en kon niet goed afbakenen, qua tijd bijvoorbeeld. Ik had op dat moment naast mijn praktijk ook een drukke job en een toxische relatie die op zijn einde liep en kwam gewoon te weinig aan zelfzorg toe. Het was niet het juiste moment. Misschien dat ik het later nog opneem, ik sluit het alleszins niet uit. Op dit moment spreek ik vaak voor grote groepen, dat trekt me nu meer dan één op één werken. Sinds ‘Leven zonder filter’ geef ik lezingen. Dat geeft me het gevoel dat ik met eenvoudige taal veel mensen bereik, waar ze dan concreet iets mee kunnen. Misschien is dat wel een beetje de Pater Damiaan, of nog beter, de zuster Flora in mij. (lacht) Mogelijk ga ik ook met podcasts aan de slag. Op deze manier coach ik natuurlijk ook wel een beetje.”

Als ik je boeken lees, bedenk ik wel eens dat jij een fijne psychotherapeut zou zijn.

FVG: “Dat wordt wel vaker gezegd, maar ik heb daarvoor niet de gepaste theoretische achtergrond. Ik ben ooit aan de opleiding psychologie begonnen, maar het vak statistiek viel me echt niet mee. Ik heb dyscalculie, moet je weten. Bovendien was er een casusbespreking die erg dicht bij een stuk van mijn eigen levensverhaal kwam en dus erg confronterend voor me was. De docente in kwestie gaf aan dat de beste benadering van deze casus om een levenslange opname in psychiatrie vroeg. Dat kwam erg bij me aan en maakte zelfs dat ik, vanuit teleurstelling, gestopt ben met de opleiding.”

Je tekent en je schildert. Zou het creatieve therapeutschap dan niets voor jou zijn?

FVG: “Dat heb ik vroeger wel overwogen. Soms denk ik daar nog over, maar ik denk dat ik die creatieve therapie nu vooral op mezelf moet toepassen. Ik heb kunsthumanoria gedaan, mijn grote droom was om ooit schilder te worden. Mijn vader was schilder en hij wilde graag dat ik een artistieke weg uitging, maar ik heb me tegen hem afgezet. Daardoor heb ik mijn schilderen lange tijd stilgelegd en eigenlijk een stuk van mezelf verloochend.
Sinds een aantal jaren schilder ik weer en ik word er helemaal gelukkig van. Het voelt heel natuurlijk en puur aan, nog meer dan schrijven. Mijn schilderen is pure creatie, pure zelfexpressie, volledig aan het cognitieve voorbij. Ik ben dan gewoon. En wie weet, wat vloeit daar nog uit voort? Ik denk dat ik nu zo’n goed jaar rond ben met de grootste problemen in mijn leven, maar ik ben wel lang onderweg geweest. Dat maakt mij wel een beetje tot een wounded healer, en ik zal wellicht altijd wel een beetje wounded blijven. Vandaar de creatieve therapie voor mezelf.
Zelfzorg blijft hoe dan ook heel belangrijk. Wie niet aan zichzelf geeft, kan niet aan anderen blijven geven.”

In je boek ‘Mijn kind, mijn spiegel’ vond ik het heel treffend hoe je beschrijft dat je soms je zoontje dicht bij je neemt, zijn gespannenheid of emoties absorbeert en dan afvoert.

FVG: “Voor mij is dat heel natuurlijk, maar niet iedereen vindt dat. Ik vermoed nochtans dat iedereen dit vermogen in zich draagt. Ik heb dat heel sterk en doe dat ook voor mijn man, soms ook voor andere mensen. Ik merk dat ik vaak emoties absorbeer van anderen, soms flink tegen mijn zin. Voor mijn zoontje doe ik dat met heel veel plezier, alhoewel ik hem op zeker moment toch wil leren om ze zelf af te voeren. Dit beschrijf ik trouwens ook in ‘Voelen zonder filter.’ Het is een vorm van co-regulatie, maar misschien nog een stapje verder. Ik ga niet zozeer de emotie vanuit mijn ratio verder begeleiden, maar ze mee helpen doorvoelen en afvoeren.”

In ‘Voelen zonder filter’ las ik je stappenplan om met emoties om te gaan en er contact mee te maken. Kan je dit voor ons even samenvatten?

FVG: “Vaak voel ik het fysieke signaal eerst. Mijn keel knijpt dicht, ik voel buikpijn. Je lichaam is de klankkast van je emoties, het communiceert heel duidelijk en is zo eigenlijk je bondgenoot in het opmerken dat er iets aan de hand is. Belangrijk is om dan niet van de emoties weg te kijken, afleiding te zoeken of ze zelfs weg te duwen, maar echt naar binnen te gaan, zonder oordeel. Zo kan je ervaren wat er leeft: is het pijn, woede, angst…? Ik laat die emotie helemaal komen, tot die een hoogtepunt bereikt en vanzelf weer afneemt en zelfs verdwijnt. Daarna uit ik de emotie, bijvoorbeeld door te huilen of iets op te schrijven. Maar je kan het ook doen door te sporten of eens goed te gaan roepen in het bos. Wanneer de emotie er werkelijk heeft mogen zijn en mijn systeem verlaten heeft, komt er een inzicht voor in de plaats. Bijvoorbeeld: ik ervaar buikpijn, ga door de bijhorende emoties en besef dan: ik voel me niet goed in mijn job. Van daaruit kan ik dan bijvoorbeeld tot het inzicht komen dat ik van job wil veranderen.”

Voor mij heeft het veel weg van focussen uit Gendlins experiëntiële therapie.

FVG: “Deze stroming is mij niet bekend, maar ik vertrek sowieso altijd vanuit mijn lichaam. Het komt erop neer dat ik het moet durven aangaan om door de emotie te gaan. Wij hebben vaak niet geleerd om dit te doen; we sussen of gaan het doorvoelen uit de weg. Belangrijk is ook om niet te oordelen, maar om het voelen er gewoon te laten zijn. Jezelf veroordelen is uit verbinding gaan met jezelf, zo laat je jezelf enorm in de steek.”

Kan jij dit altijd zo netjes toepassen? 

FVG: “Nee hoor, met woede heb ik het nog wel eens lastig. Toch is het belangrijk om ook dit te laten zijn. Ik heb met mezelf de afspraak gemaakt om mezelf zo min mogelijk te veroordelen en op die manier werkelijk contact te maken met mezelf. Zelfveroordeling brengt me heel weinig. Momenteel ben ik volop aan het oefenen met woede. Ik was vijfendertig toen ik voor de eerste keer echt heel boos ben geworden. Ik voelde altijd wel verdriet, maar niet de woede die erbij hoorde. Ik sta nu mezelf toe om dat wel te voelen. Woede geeft me wel kracht en helpt me ontdekken waar mijn grenzen liggen.”

Kan jij inmiddels dan nu echt in woede uitbarsten?

FVG: “Dat gebeurt heel soms, maar dat voelt dan wel als een moment van machteloosheid. Ik vind het interessanter om beheerst voor mezelf op te komen. Vanuit het moederschap ben ik autoritairder geworden, omdat een gezonde vorm van autoriteit een kwaliteit is. Ik vind het soms wel grappig dat andere mensen dan ook netjes luisteren. (lacht) Weet je, ik ben dan duidelijk.”

Vertaal ik het goed dat het voor jou heel zen is om aanwezige emoties bestaansrecht te geven en goed te luisteren naar het verlangen of de nood die er onder zit?

FVG: “Ik zou het niet zozeer zen noemen, mij gaat het er eerder om een gezonde liefdesrelatie met jezelf te hebben. Zoals ik bijvoorbeeld mijn man, die ik als zeer redelijk ervaar en door en door vertrouw, zeker au sérieux neem wanneer hij met iets bij mij komt, zo wil ik ook met mezelf omgaan. Over het algemeen heb ik door de jaren heen wel geleerd dat ik meestal een goede reden heb om te voelen wat ik voel, ook als het om woede gaat.

Vroeger herkende ik de emotie niet, ving ik de signalen daarvan niet op en kon ik bijvoorbeeld daardoor grensoverschrijdend gedrag van een ander niet goed hanteren. Ik legde voortdurend de schuld bij mezelf en werd daardoor gemanipuleerd. Ik ging rationaliseren of zelfs verdringen, dat zijn natuurlijk allerlei afweermechanismes. Maar er is wel een verschil tussen een emotie laten zijn en die emotie naar iemand anders sturen, tussen boos zijn en je afreageren. Ik vind het belangrijk om die emotie bij mij te houden en te doorvoelen. Als ik dan in gesprek wil gaan met iemand over iets, dan zorg ik dat ik indien mogelijk eerst doorvoeld heb wat er is. Anders ontaardt het in een toernooi van emoties en dat is vermoeiend en verwarrend. En jawel, ik zal mijn emoties wel tonen, maar ik wil vooral tijdens het gesprek die emoties niet de overhand laten nemen. Dan krijg je vaak escalaties en zo kom je niet tot de kern.”

Toch hoor je mensen wel eens zeggen: we zijn eens stevig kwaad geweest op elkaar en dat heeft uiteindelijk wel deugd gedaan. Klopt dat dan niet voor jou?

FVG: “Dat kan zeker deugd doen, omdat je de dingen dan benoemt en doorvoelt. Maar dat kan ook op een respectvolle manier. Ik denk dat het gunstig is dat je de verantwoordelijkheid niet volledig bij een ander legt, maar je goed realiseert dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. Belangrijk is wel om de dialoog aan te gaan met mensen die zelf ook bereid zijn om hun eigen aandeel te bekijken. Met mensen die dit niet, willen of kunnen, ga ik niet in discussie. Dit gaat dan over zelfbescherming, en misschien ook wel over het beschermen van de ander tegen zichzelf.”

Op welke manier heeft therapie jou geholpen in dit proces? Wat is het belangrijkste dat therapie jou doorheen de jaren heeft bijgebracht?

FVG: “Tijdens de EMDR-therapie ging ik oude emoties alsnog doorvoelen en zo opruimen. Vooral bij de oude woede komen, was moeilijk. Ik bleef maar in het bovenliggende verdriet hangen. Maar toen ik er toch kwam en het doorvoelde, was dit zeer bevrijdend. Ik kreeg mezelf terug. Die ervaring heeft me geïnspireerd om ook in relaties met anderen de dingen te benoemen en te blijven voelen. Daarop heb ik niet gewerkt met mijn therapeut, ik ben er gewoon zelf mee aan de slag gegaan in mijn dagelijkse leven.”

Je hebt positieve ervaringen met EMDR en vertelt ook dat je je thuis voelt in het lichaamsgerichte.

FVG: “Jazeker, want je omzeilt zo de cognitie, die soms een vlucht kan zijn of een poging tot controle, waardoor je niet aan het doorvoelen toekomt. Dit met alle respect voor cognitief of inzichtelijk georiënteerde kaders natuurlijk. Maar we hebben niet alleen maar een geest. Ook je lichaam slaat negatieve herinneringen, trauma’s, stressreacties … op. Wanneer hier helemaal niets mee gebeurt, kan je gaan psychosomatiseren of lichamelijk blokkeren. Het werken met EMDR was inderdaad heel verrijkend op zich, maar toen ik die begon te combineren met fasciatherapie, behaalde ik nog betere resultaten. Fascia is, net zoals kinesitherapie en osteotherapie, een vorm van manuele therapie waarbij men zich concentreert op de werking van het bindweefsel. Dit is overal in ons lichaam aanwezig en een lichaam kan in overlevingsmodus of in ontspanningsmodus verkeren. Door trauma gaat je lichaam in de overlevingsmodus. Door het bindweefsel op een bepaalde manier te masseren, stuurt het de boodschap naar je hersenen dat je veilig bent. Hierdoor kan je lichaam ontspannen. In de ontspanningsmodus komt het toe aan verteren – ook het emotionele- en regenereren. Wie voortdurend aan het overleven is, kan dus allerlei gezondheidsklachten krijgen, die voortkomen uit onveiligheidsgevoelens door trauma.”

Eigenlijk ben ik in de loop van ons gesprek geneigd om jou als ‘heel energetisch’ te beschrijven. We hebben het daar steeds weer over, zo lijkt het wel.

FVG: “Wel, alles is energie, van grofstoffelijk tot fijnstoffelijk. Soms vinden mensen praten over energie nogal zweverig, maar ik vind het heel aards en realisistisch.”

Hoe ervaar jij dat “energetisch leven” persoonlijk?

FVG: “Ik ervaar de energie van emoties, mensen, plaatsen, kunstwerken … noem maar op. Doordat ik gevoelig ben, ervaar ik de nuances tussen al die verschillende energieën. Ik herken bijvoorbeeld het verschil tussen de energie van generositeit en die van jaloezie. Wanneer iemand met me praat, hoor ik zijn woorden én voel ik ook de energie die hij uitzendt. Komt deze niet overeen met wat hij zegt – geeft iemand me een compliment omdat het zo hoort maar is hij in werkelijkheid afgunstig – dan is dit voor mij verwarrend. Ik hecht immers niet meer waarde aan het verbale dan aan het non-verbale, maar het is niet altijd gepast om te zeggen: ‘Ik voel dat je niet meent wat je zegt’.
Dat ik kan voelen wanneer iemand liegt, of een verborgen agenda heeft, heeft me wel al vaak geholpen. Vroeger negeerde ik die informatie, omdat ik hoopte dat ik me vergiste, maar dan bleek mettertijd toch dat ik het juist had. Nu negeer ik mijn intuïtie niet meer.”

‘Voelen zonder filter’ klinkt qua titel als een vervolg op ‘Leven zonder filter’. In welke mate zie jij dit boek als een vervolg of eerder als een verdieping?

FVG: “Leven zonder filter ging over mijn ervaring met hoogsensitiviteit en richtte zich dus vooral tot hoogsensitieve mensen. Voelen zonder filter gaat over omgaan met emoties, en bereikt daarmee een breder publiek. Ook mensen die niet hoogsensitief zijn, hebben emoties en worstelen daar mee. Voelen zonder filter helpt mensen om hun emoties te reguleren en te onderzoeken waar ze vandaan komen. Vandaar dat het onder meer inzoomt op trauma. Natuurlijk zie ik de relatie tussen hoogsensitiviteit en hypervigilantie door trauma, en de invloed van transgenerationeel trauma op de hersenen. In die zin is dit boek wel een verdieping.”

Hoe ben jij doorheen de jaren anders gaan kijken naar hoogsensiviteit? Heb jij voortschrijdend inzicht over bepaald aspecten ervan?

FVG: “Leven zonder filter was – en is nog steeds- een hit. Journalisten vroegen mij telkens of er dan veel meer hoogsensitieve mensen zijn dan we denken. Eén op vijf is natuurlijk veel. Maar daarnaast heb ik zelf de indruk dat veel mensen hypervigilant zijn door trauma, en deze gevoeligheid vanuit angst verwarren met hoogsensitiviteit.
Hoogsensitiviteit is een aangeboren persoonlijkheidskenmerk: je hebt andere hersenen die meer signalen binnenkrijgen en deze diepgaand verwerken. Die hersenen veranderen niet. Maar door te helen van trauma, word je minder angstig en speur je niet meer zo naar gevaar. En doordat je burn-out geneest, kan je wel minder gevoelig worden voor zintuigelijke prikkels.
Tegelijk is er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de fysieke effecten van wat ik in mijn boek ‘doorgeeftrauma’ noem: de hersenen van muizen muteren onder invloed van het trauma van hun voorouders. Dat trauma onze sensitieve responsiviteit beïnvloedt, lijkt mij logisch.
Daarnaast heb ik intussen begrepen dat de gepreoccupeerde hechtingsstijl, waarbij mensen zich zeer afhankelijk van anderen opstellen en daardoor emotioneel erg kwetsbaar zijn, al eens wordt aanzien voor hoogsensitiviteit. Maar dat lijken mij twee verschillende dingen.”

Mogen we nog boeken van jou verwachten?

FVG: “Momenteel wil ik even geen non-fictie meer schrijven. Maar dat heb ik jaren geleden ook al eens gezegd en toen kwam Voelen zonder filter er toch. Dus wie weet. Al denk ik dat ik in dit boek nu wel erg veel inzichten en ervaringen heb gebundeld.
Voorlopig richt ik me liever op het schrijven van fictie. Het is prettig om niet steeds openlijk in je eigen wonden te roeren, ik wil weer wat privacy.”

Heb je misschien een boodschap voor de therapeutische wereld?

FVG: “Lezers schrijven me dat ze Voelen zonder filter gebruiken in hun therapie, omdat ze zo gericht met de therapeut over bepaalde onderwerpen kunnen spreken en er praktisch mee aan de slag gaan. Misschien is het daarom interessant om het eens te lezen? Het is een boek over bewustwording, daar draait het volgens mij in het leven om.”


Dit interview verscheen in januari 2023 in het vakblad Metafoor. 
Metafoor is een uitgave van de V.V.T.I.V. of de Vlaamse 
Vereniging voor Therapeuten in de Interactionele Vormgeving.

21 december 2022

OP DE SOFA - Fleur van Groningen in Psychologies

Ze werd onlangs veertig, bracht deze maand haar zesde boek uit en zegt zelf dat ze zich nooit gelukkiger voelde dan op dit moment in haar leven. Redenen genoeg om schrijfster Fleur van Groningen uit te nodigen voor een diepgaand gesprek over de dappere zoektocht naar wat ze haar ‘authentieke zelf’ noemt.

Tekst: Ans Vroom - foto's: Studio Leyssen - visagie: Ine Bongaerts - kledij: Xandres

Het is een stralende Fleur die op een heerlijke zomermiddag van haar latte nipt op een zonovergoten Antwerps terras. Haar gulle, warme glimlach verraadt veel over haar huidige gemoedstoestand. Voor mij zit overduidelijk een tevreden vrouw. Wie haar boeken gelezen heeft weet nochtans dat het ooit anders geweest is. De artistieke duizendpoot (Fleur schrijft, maakt muziek, schildert en tekent cartoons) is in haar werk doorgaans heel open over haar moeilijke jeugd, haar afwezige vader, haar ervaringen met grensoverschrijdend gedrag en haar depressieve periodes. In haar nieuwste boek Voelen zonder filter legt ze haarfijn uit hoe ze erin geslaagd is de trauma’s uit haar verleden te verwerken en eindelijk emotioneel volwassen te worden, ondanks de vele hindernissen op haar pad. Zelf noemt ze het een ‘verslag van leren voelen’.

Mensen kennen jou als een hoogsensitief persoon. Toch heeft het bijna tot je veertigste geduurd voor je naar eigen zeggen echt leerde voelen.   

Fleur van Groningen: ‘Door mijn hoogsensitiviteit ben ik inderdaad altijd supergevoelig geweest. Maar ik heb pas laat beseft dat gevoelig zijn niet betekent dat je goed kan voelen. Dat zijn twee verschillende dingen. Echt voelen betekent dat je bij jezelf een emotie kan herkennen, die vervolgens kan doorvoelen en daarna ook weer kan loslaten. Ik groeide op met een depressieve moeder die mij parentificeerde, waardoor ik mijn eigen schaduwkant moest onderdrukken. Mijn emoties waren te belastend voor haar, dus heb ik tijdens mijn jeugd onbewust de verbinding met mijn binnenste grotendeels verbroken. Het is pas wanneer ik op latere leeftijd zelf een depressie kreeg dat ik gedwongen werd om pijn, woede en verdriet te gaan voelen. Gaandeweg heb ik geleerd om al die emoties alsnog te doorvoelen en op te ruimen.’

Vanwaar kwam de noodzaak om dat proces opnieuw met een lezerspubliek te delen?

F.v.G: ‘Lange tijd heb ik mij heel alleen gevoeld met mijn emotionele worstelingen. Ik dacht dat ik achterliep op de anderen en dat iedereen emotioneel volwassen was, behalve ik. Tot ik begon te zien dat de waarheid helemaal anders ligt, en dat veel ouders hun emotionele pijn doorgeven aan hun kinderen, wat onnoemelijk veel lijden veroorzaakt. Tijdens de coronapandemie werden mensen naar binnen gedwongen. Ik merkte hoe sommigen het moeilijk hadden met die confrontatie. Er kwamen veel trauma’s en onverwerkt verdriet naar boven, en ik zag vooral onvermogen om daar op een constructieve manier mee om te gaan. Ondertussen is er terug meer afleiding, en is het verleidelijk om dingen opnieuw onder de mat te schuiven. Ik ben er echter van overtuigd dat veel mensen aan de slag willen met hun mentale problemen, maar niet altijd weten hoe ze daaraan moeten beginnen. Dit boek is er voor hen. Ik zie mijzelf als een compagnon de route die vertelt hoe het bij mij is gegaan, om zo misschien lotgenoten te inspireren.’

In je boek omschrijf je jezelf als je eigen studieobject. Is die interesse in psychologie er altijd al geweest?

F.v.G.: ‘Ik heb altijd geweten dat ik graag ten dienste wilde staan van andere mensen, maar ik had nooit gedacht dat het deze vorm zou aannemen. Mijn interesse in psychologie is er gekomen vanuit een grote overlevingsdrang. Ik ben opgegroeid bij een emotioneel onvolwassen moeder en een afwezige vader. Ik heb van thuis uit nooit de tools gekregen om om te gaan met moeilijke gebeurtenissen, dus ik moest wel zelf op zoek gaan naar manieren om mijn trauma’s te boven te komen. Met behulp van therapeuten heb ik gaandeweg geleerd om mijn angsten te verwerken, maar ik heb alles zelf moeten uitzoeken omdat niemand anders het voor mij deed. Ik ga ervan uit dat ik niet uniek ben, en dat er een heleboel mensen zijn zoals ik. Daarom schrijf ik de boeken die ik als jonge vrouw had willen lezen. Als ik dit boek op mijn twintigste had gelezen, had ik mijzelf veel tijd en zoekwerk bespaard.’

Je boek leest inderdaad bijna als een toegankelijke cursus psychologie, waarin zowel trauma, hechting, narcisme, verslaving en codependentie aan bod komen. Wat maakt jou een expert om het hierover te hebben?

F.v.G.: ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus. Ik heb dus wel degelijk iets moeten overwinnen om op deze manier naar buiten te durven komen. Maar na het succes van Leven zonder filter (Fleurs boek over hoogsensitiviteit) werd ik overspoeld met hulpvragen van lezers. Ik besefte dat ik wel degelijk iets kon betekenen voor anderen door mijn persoonlijke verhaal met hen te delen, ook al heb ik misschien geen diploma psychologie. Ik geloof dat overlevers van trauma vaak de echte specialisten zijn, en dat niet alle kennis uit een studieboek hoeft te komen. Ik heb mij lang minderwaardig gevoeld door dat gebrek aan diploma, maar ik geloof nu dat ik de bagage heb om mensen te helpen, zonder aan zelfoverschatting te doen. Ik doe dat bewust niet op een belerende manier, maar stel mij kwetsbaar op. Ik plaats mij op gelijke voet met mijn lezers en introduceer termen die ze misschien nog niet kennen, zodat ze zich verder kunnen gaan informeren. Het moeilijkste aan je slecht voelen is niet weten waar de pijn vandaan komt. Dit boek is bedoeld voor mensen die dat willen uitzoeken, mensen die bereid zijn om aan zichzelf te werken en de wens voelen om te evolueren.’

Leven zonder filter was een bestseller. Er werden sinds de publicatie in 2017 meer dan 60.000 exemplaren van verkocht. Toch geef je nu toe dat je niet van dat succes hebt kunnen genieten. Was je destijds te overrompeld door de aandacht?

F.v.G.: ‘Ik was inderdaad niet voorbereid op het enorme succes van dat boek. Uiteraard was ik dankbaar voor de aandacht en de erkenning, maar ik verkeerde in de maanden na de publicatie in een constante staat van overprikkeling. Mensen klampten mij aan om mij te bedanken of om advies te vragen, maar ik was op dat moment zelf nog aan het herstellen van een toxische relatie met psychisch misbruik. Ik had last van angst en wantrouwen, ik had weinig te geven. Daarnaast kreeg ik in diezelfde periode twee miskramen te verwerken, en verloor ik op twee weken tijd mijn vader en mijn grootmoeder. Ik ging door een hele intense periode. Het is pas onlangs dat ik besefte dat dat boek echt een verschil gemaakt heeft voor veel mensen. Zoveel gevoelige mensen zitten in een isolement. Pas wanneer ze ontdekken dat ze met velen zijn gaan ze zichzelf minder bekritiseren. Op dat moment kunnen ze samen krachtiger worden. Nu ontroert het mij dat ik daartoe heb bijgedragen.’

Ondertussen is er veel veranderd in je leven. Je schrijft dat je voor het eerst een gelukkige, stabiele relatie hebt, en je bent mama geworden van een zoon.

F.v.G.: ‘Het moederschap was de grootste motor voor het schrijven van mijn nieuwe boek, en vooral voor het proces dat eraan voorafging. Zonder mijn zoontje Rex had ik nooit de moed gehad om mijn laatste angsten onder ogen te zien. Ik dacht dat ik komaf had gemaakt met mijn verleden, tot ik merkte dat mijn kind het moeilijk kreeg wanneer ik gespannen was. Rex sliep bijvoorbeeld heel slecht op momenten dat ik ergens mee worstelde. Ik wilde niet dat hij de dupe werd van mijn onderdrukte emoties, dus heb ik een vast stramien ontwikkeld om mijn emoties heel bewust te doorvoelen en af te voeren, zodat ik er niet meer door gegijzeld word. Ik voel mij nu heel rustig en gebalanceerd. Mijn zoon heeft mij gedwongen om aan zelfzorg te doen en niet meer over mijn eigen grenzen te gaan, om zo een betere moeder voor hem te worden.’

Je hebt het in je boek ook over transgenerationeel trauma. Heb je door je eigen opvoeding getwijfeld aan je capaciteiten als moeder?

F.v.G.: ‘Ik wilde vooral dat mijn kind niet moest meemaken wat ik heb meegemaakt. Ik ben heel lang kwaad geweest op mijn ouders zonder dat ik het besefte. Het heeft tot vlak voor mijn bevalling geduurd voor ik die woede kon toelaten. Als je als kind niet leert om het totale spectrum aan emoties te doorvoelen krijg je later problemen. Want emoties blijven in uw onderbewustzijn hangen, tot de emmer overloopt. Dat gebeurde bij mij voor het eerst op mijn zestiende, toen ik een zware depressie kreeg. De dam brak, en ik werd overspoeld door een gevoel van doodsangst en waanzinnig verdriet. Mijn man Seppe en ik leren onze zoon nu dat al zijn gevoelens er mogen zijn. Hopelijk zal hij zich nooit onbegrepen of afgewezen voelen, zoals ik als kind toen mijn ouders er niet voor mij konden zijn.’

Ondanks de traumatische ervaringen uit je jeugd hamer je er in je boek heel sterk op dat je geen wrok meer koestert tegenover je ouders. Hoe is je relatie vandaag met je moeder?

F.v.G.: ‘Mijn moeder heeft samen met mij een lang en helend proces afgelegd. Ze geeft toe dat er vroeger dingen zijn misgegaan en ze heeft aan zichzelf gewerkt. Ik heb haar vergeven en ben trots op haar moed om fouten toe te geven en ermee aan de slag te gaan. Ze is niet meer de persoon die ze toen was, mede dankzij mijn stiefvader die ook voor mij veel betekend heeft. Mijn echte vader kon heel weinig geven, maar hij kwam wel veel halen. Daardoor voelde ik mij als jong meisje vaak uitgehold en gebruikt. Ondertussen weet ik dat hij zelf een zeer traumatiserende jeugd heeft gehad. De pijn is er soms nog steeds, maar de rancune is weg. Mijn vader is gestorven en kan mij geen pijn meer doen, en mijn moeder is veranderd en doet haar best om mij geen pijn meer te doen. Ze is fier op wie ik geworden ben, en ik ben haar heel dankbaar dat ze mij ons verhaal laat delen met mijn lezers.’

Naast je ouders zijn er ook andere mensen die jou beschadigd hebben, zoals de pesters uit je schooltijd en plegers van seksueel misbruik. Hoe moeilijk is het om hen te vergeven?

F.v.G.: ‘Ik ben bijna heel mijn schoolcarrière gepest geweest. Ik deel in mijn boek enkel de ervaringen die verwerkt zijn, maar de littekens blijven. Ik ben nog steeds gevoelig voor gemene opmerkingen. Ik heb mij ook heel lang willen bewijzen tegenover de pesters van vroeger, maar die geldingsdrang is gelukkig voorbij. Omdat ik ondertussen een goede relatie heb met mezelf ben ik niet meer zo afhankelijk van wat de buitenwereld denkt. Seksueel misbruik is een ander verhaal. Wie als kind een verkrachting meemaakt is voor altijd getekend. Ik ben grotendeels geheeld maar ik weet niet of ik het ooit volledig verwerkt krijg, al heb ik al een lange weg afgelegd. Tegelijkertijd zorgen die ervaringen ervoor dat ik makkelijk begrip kan opbrengen voor andere slachtoffers.’

Je probeerde door de jaren heen verschillende soorten behandelingen uit, van traditionele praattherapie tot EMDR, ademhalings- en fasciatherapie tot meditatie. Waar heb je zelf het meeste aan gehad?

F.v.G.: ‘EMDR heeft een spectaculair effect op mij gehad. Het heeft mij geholpen om mijn hersenen te herprogrammeren en de trauma’s uit mijn jeugd op te ruimen. Daarnaast geloof ik ook heel erg in lichaamsgerichte therapieën. Want ook je lichaam slaat negatieve herinneringen zoals stressreacties op. Als trauma’s niet verwerkt worden kan je lijf blokkeren. Omdat ik zo lang in overlevingsmodus heb geleefd ontwikkelde ik maag- en darmproblemen. Tijdens de fasciatherapie heb ik voor de allereerste keer gevoeld wat echte ontspanning is. Mijn lichaam werd ineens een fijne plek om in te wonen, terwijl ik het daarvoor als een last beschouwde. Ik was er ook nooit tevreden over. Tijdens een verkrachting word je zodanig gebruuskeerd in je vrouwelijkheid dat het moeilijk kan zijn om je lichaam daarna nog graag te zien. Ook mijn twee miskramen zorgden voor een negatieve houding tegenover mijn lijf. Daarom ben ik zo dankbaar dat het mij toch gelukt is om een gezond kind op de wereld te zetten.’

Je hamert ook op het belang van mentale hygiëne. Hoe breng je dat in de praktijk?

F.v.G: ‘Ik ben ervan overtuigd dat onbewuste gedachten vaak bewuste emoties veroorzaken, dus ik train mezelf in positief denken. Ik doe bijvoorbeeld niet meer aan veronderstellingen, want daar kruipt te veel energie in. Ik ben ook gestopt met piekeren over dingen die ik toch niet kan veranderen. Gesprekken in je hoofd voeren, roddelen over anderen, het heeft allemaal geen zin. Ik probeer niet vooringenomen te zijn en zo open mogelijk naar de wereld te kijken. Maar dat zijn allemaal dingen die ik gaandeweg heb moeten leren. Je kan pas mildheid opbrengen voor anderen als je mild bent voor jezelf.’

Het lijkt alsof je op je veertigste sterker dan ooit in je schoenen staat.

F.v.G.: ‘Dat is zo. Ik voel me vooral heel tevreden. Ik prijs mezelf gelukkig met mijn goede relatie, mijn geweldige zoon en mijn knusse huisje met mijn mooie tuin. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Omdat ik als kind heel weinig heb gehad, ben ik nu snel dankbaar om kleine dingen. Uiteindelijk draait alles in het leven om liefde en schoonheid. Ik weet wat het is om dat niet te hebben, dus ik kan er intens van genieten, al heb ik er hard voor gewerkt om mezelf dat gevoel te gunnen. Veertig worden vond ik niet evident. Ik had het gevoel dat ik nog zoveel goed moest maken tegenover het kleine meisje van vroeger, het meisje aan wie ik een beter leven beloofd had. Tot ik besefte dat haar kinderlijke definitie van een beter leven berustte op een misverstand. Zij zocht succes en bevestiging in uiterlijkheden, maar het ging erom dat ik leerde om emotioneel volwassen te worden. Ik heb geleerd om mezelf liefde te geven, zodat ik het ook aan anderen kan geven. En op die manier heb ik precies gedaan wat dat kleine, beschadigde meisje nodig had.’

(Dit interview verscheen in Psychologies, nr 104, Herfst 2022.)







20 december 2022

OVER HOOP

Ik was in de twintig toen ik aan tafel belandde met enkele oudere carrièremannen, waaronder één die een topfunctie bekleedde en daar zichtbaar enige zelfgenoegzaamheid aan ontleende. Hoewel ik probeerde deel te nemen aan het gesprek, werd er druk over me heen gepraat; in hun ogen had een jonge vrouw vast niets zinnigs te vertellen.

Op een bepaald moment mengde ik me toch en benadrukte met trillende stem het belang van hoopvol in het leven te staan. De topman keek me meewarig aan – het was de eerste keer dat we oogcontact maakten – en lachte me gekunsteld uit. Vervolgens antwoordde hij hoofdschuddend dat hij de hoop al lang had opgegeven. Hij was er kennelijk trots op. Wat volgde was een wrang betoog dat mij zin gaf om mijn graf te delven en er alvast in te gaan liggen. Toen ik die avond naar huis reed, was ik totaal overtuigd van mijn eigen gelijk. Toen die man enkele maanden later stierf aan een hartaanval, vroeg ik me af in welke mate verbittering het hart aanvalt.

Als je jong bent, is de wereld vaak nog vrij zwart-wit. Je bent de sprookjes wel ontgroeid maar in jouw beleving lopen nog helden en antagonisten rond. Met de komst van meer levenservaring, kan de nuance je veroveren. Zo begreep ik op een dag dat hoop en verbittering niet lijnrecht tegenover elkaar staan, maar dat hoop verschillende dimensies kent, en één daarvan kan leiden tot verbittering.
Ik zag het in de verhaallijn van een dierbare: als jongmens hoopte hij op een avontuurlijk leven, intense liefde, overweldigend succes. Toen die droom uitbleef, volgde een grote, vernietigende teleurstelling. Het onbegrip van anderen deed hem pijn en hij was eenzaam. Datgene wat hem, in plaats van die helende fantasie, werkelijk zou verlost hebben, zag hij niet: een diep verlangen naar gezonde, accepterende zelfliefde.

Er bestaat een vorm van hoop die het onleefbare toedekt. Ze legt een watten deken over wat je niet wilt zien: jouw tekortkomingen, die van anderen, onmogelijkheden, de onzekerheid van schijnzekerheden, de rauwheid van het leven. Vroeg of laat brokkelt die valse hoop af, om de waarheid bruut te onthullen. Dan heb je de keuze tussen verbittering of radicale eerlijkheid.
Mijn dierbare koos het eerste: hij was het slachtoffer van een weinig vervullend leven en bitterheid werd zijn identiteit. Het was voeding voor het ego: als misantroop voelde hij zich beter dan anderen en tegelijkertijd leed hij onder dat isolement.  

Valse hoop en verbittering zijn gradaties van dezelfde vooringenomenheid. Je projecteert een enkele aanname op alles, zonder die aan de realiteit te toetsen. Ofwel wil je niets weten, ofwel is alles en iedereen slecht. Ook ik heb die fase gekend: nadat een passionele relatie uitmondde in psychisch misbruik durfde ik lange tijd niemand meer te vertrouwen. Ik weigerde nog het goede te zien dat ik vroeger, zonder gegronde redenen, juist in iedereen wílde zien. Maar omdat ik niet hetzelfde pad wilde gaan als die dierbare, legde ik na enige tijd toch bewust de verbittering weer af. Zo ontdekte ik een poort naar een andere dimensie: de waarheid met een zo open mogelijk vizier trotseren. Door zonder oordeel bereidwillig te observeren, legde ik heel wat illusies en vooroordelen af. En het onverwachte diende zich steeds weer aan, of ik er nu in geloofde of niet; als bloeiend onkruid tussen de ooit zo strak gemetselde stenen.
Op die manier ontmoette ik een andere vorm van hoop: die vanuit kracht. Dan sus je jezelf niet in slaap maar ga je er ook niet vanuit dat jij alles op voorhand weet. Het is een combinatie van nederigheid en vertrouwen, van tegelijk klein zijn en jezelf overstijgen. Je geeft je over aan het leven en dan begint het leven pas echt.


(Deze column verscheen eerder in Psychologies, nr 104,  herfst 2022)

01 december 2022

HOOGSENSITIVITEIT IN HET JOURNAAL


Naar aanleiding van het initiatief van Carrefour om prikkelarme winkelmomenten in te lassen, was Fleur van Groningen te gast in Het Journaal Laat om te spreken over hoogsensitiviteit.
Op VRT NWS verscheen een artikel over de uitzending, met een link waar je het fragment kan herbekijken. 

Hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk
"Ik ben er zeer blij mee, want ik vind naar de winkel gaan altijd een beetje vervelend", getuigt Fleur Van Groningen, auteur en zelf hoogsensitief, in "Laat". "Het trekt me wel aan om tijdens die rustige uren te winkelen." 
Van Groningen weet al sinds haar 26ste dat ze hoogsensitief is. Ze heeft er ook al meerdere boeken over geschreven. "Hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk en wil zeggen dat je eigenlijk andere hersenen hebt. Je ontvangt heel veel prikkels en gaat die zeer diepgaand verwerken. Op scans is dan ook zichtbaar dat veel meer zones in je hersenen tegelijkertijd actief zijn tijdens die verwerking", legt ze uit.
Daar zijn ook voordelen en nadelen aan verbonden. "Er is een groter gevoel van empathie en nuance. Je hebt een goed oog voor detail enzovoort. Maar het nadeel is dat er zoveel informatie binnen komt dat er ook een overprikkeling ontstaat, een soort indigestie", zegt Van Groningen. "En dan heeft een hoogsensitief persoon nood aan rust."



17 november 2022

GRATIS WEBINAR OVER TRAUMA



Op 16 november 2022 gaf Fleur van Groningen een gratis webinar over omgaan met emoties, helen van trauma en leven vanuit het authentieke zelf. De aanleiding was uiteraard het verschijnen van haar boek Voelen zonder filter, dat nog dieper op deze onderwerpen en aanverwante thema's ingaat. Op drie dagen tijd werd het webinar al meer dan vierduizend maal bekeken.

Fleurs online lezing duurde ongeveer een half uur, nadien was er ruimte voor vragen en antwoorden.
Dit alles kan je nog steeds gratis online (her)bekijken via onderstaande link.
Stuur die ook gerust door naar mensen van wie je denkt dat ze er iets aan kunnen hebben. 
(De eerste tien minuten verandert het beeld niet en is er geen geluid, dus best even doorspoelen.)

Onderwerpen die aan bod komen zijn het onechte en authentieke zelf, het ontstaan van trauma, hechtingsstijlen, helen van trauma en zachtmoedig contact maken met de authentieke jij.
In de vragen nadien wordt onder meer besproken hoe je bij je diepste, meest verstopte emoties uitkomt en hoe je je innerlijke criticus het zwijgen oplegt. De rode draad in het hele webinar is verbinding: met jezelf en van daaruit met anderen.




16 november 2022

De Grote Nederlandse Kunstkalender

Fleurs schilderij The Body Speaks - olieverf op linnen, 200 x 150 cm - werd door de Nederlandse curator en kunsthistoricus Margitte Verwoerdt geselecteerd voor De Grote Nederlandse Kunstkalender 2023. Deze kalender is ieder jaar een groot succes, dit jaar verschijnt de oplage in heel Nederland. Je kunt hem ook vanuit België bestellen.

Meer schilderijen van Fleur bekijken? Dat kan via deze link.




25 oktober 2022

NEE, NIET ONDER HET TAPIJT

Natuurlijk zijn emoties lastig, maar als je ze toelaat heb je er serieus iets aan. Journalist Fleur van Groningen (40) pleit er dan ook voor er juist in te duiken. ‘Emoties die je geen aandacht geeft, doen aan wildgroei.’

Tekst Fleur van Groningen
Illustratie Anna Bay
Eerder verschenen in Mezza, de weekendbijlage van het Algemeen Dagblad

Samen met mijn moeder (70) en zoon (3,5) ben ik te gast op een tuinfeest. Iemand heeft een hond bij. Mijn zoon is bang voor honden. Het dier komt kwispelend op ons af en hij verstopt zich achter mijn benen. Als hij merkt dat ik de hond streel, steekt hij dapper een handje uit. Niet veel later raak ik in gesprek en zie vanuit mijn ooghoek hoe het dier voorbij holt en mijn zoon omver loopt. Die zet het op een brullen. Ik ren naar hem toe, pak hem op. Mijn moeder legt meteen vergoelijkend uit: “Die hond wilde het balletje vangen! ‘t Is nog een jong beest, hij bedoelde het niet slecht, hoor!” Maar mijn zoon blijft hartverscheurend huilen. Ik vraag: “Ben je geschrokken van die grote hond? Je dacht vast dat-ie je pijn wilde doen? “Ja!” snikt mijn zoon. “Ik was erg bang!” Hij ontspant en huilt uit. Dan wil hij samen even praten over wat er is gebeurd, om het op die manier te verwerken. Mijn moeder luistert – ik zie dat ze nadenkt.

Dit kleine voorval raakt mij diep. Ik groeide namelijk op met diezelfde moeder die bij emotionele aangelegenheden steeds het gedrag van de tegenpartij welwillend verklaarde. Deed iemand mij pijn, dan verplaatste zij zich in die ander, en sloeg mijn emoties over. Het was een onbewuste methode om minder te hoeven voelen: de focus werd verlegd. Mijn moeder hanteerde deze aanpak ook voor zichzelf: consequent veegde ze haar emoties onder de mat. Een patroon dat ik zelf lang onbewust heb voortgezet. Andere mensen kwamen eerst. Ik ben geboren met een vergrote gevoeligheid – hoogsensitiviteit – en dus kon ik anderen steeds goed aanvoelen en peilen. Vaak was ik de dupe van grensoverschrijdend gedrag. Jarenlang ging ik gebukt onder misbruik en pesterijen, vooral tijdens mijn kindertijd. Dan probeerde ik de pleger telkens te begrijpen. Ik ging zijn gedrag analyseren, zelfs voor hem zorgen. Omdat ik niet stilstond bij wat ik voelde, wist ik niet wat ik wilde, laat staan waar ik recht op had. Ik kwam niet voor mezelf op en werd geleefd. Tot ik alsnog werd gedwongen tot voelen door een depressie en een burn-out. Waardoor ik begreep hoe belangrijk het is om ook empathie met jezelf te hebben. Om te luisteren naar wat je emoties je komen vertellen. Om toe te geven: ja, ik voel pijn en heb verzorging nodig – nog voor je begrip opbrengt voor de hond.

Een maand na het incident met de hond vertelt mijn moeder me over haar yoga teacher. Tijdens een meditatie vroeg die de aanwezigen om hun ‘onbeduidende emoties los te laten door te focussen op de grootse eeuwigheid’. Ik zie een tiental dames voor me, fronsend in hun yogabroek, met gebalde vuisten, smachtend naar kosmische verlossing van een aards jaloezietje. Mijn moeder zegt dat het loslaten op commando helemaal niet lukte. Iets in haar verzette zich: moest ze nu ook nog alles onder de yoga-mat gaan vegen?

Ik antwoord dat ik het jammer vind dat die lerares haar leerlingen aanzet tot veroordelen. Ze noemt kleine emoties onbelangrijk, vergeleken met de eeuwigheid. Maar die eeuwigheid bestaat wel uit oneindig veel mensenlevens, boordevol emoties. Een emotie verdwijnt niet als je hem afdoet als klein of belachelijk, overbodig of slecht. Integendeel, met datgene waarmee je strijdt, onderhoud je een negatieve band. En wat je geen aandacht geeft, gaat aan wildgroei doen.


Die yogalerares wil haar leerlingen wellicht balans en rust bieden. Maar emoties die niet doorvoeld worden, blijven (onbewust) in je systeem zitten. Van daaruit beïnvloeden ze je gedachten en reacties, je incasseringsvermogen en gezondheid, én je relaties, waaronder die met jezelf. Opgeslagen emoties kosten veel energie en leveren vermoeiende situaties op. Bovendien veroorzaakt het bekritiseren van deze emoties – wat vaak het gevolg is van een opvoeding, stereotiep denken, dogma’s en maatschappelijke druk – een lading nieuwe emoties. Denk maar aan mannen, voor wie het helaas nog steeds vaker taboe is om verdriet toe te laten. In plaats daarvan worden zij makkelijker boos, dat komt stoerder over dan een potje janken. Maar het verdriet blijft en groeit, en kan leiden tot zelfhaat. Of denk aan vrouwen die zich schamen voor hun jaloezie. Hoewel dat gewoon een teken is van een behoefte of ambitie, is niemand graag het afgunstige kreng. Die schaamte leidt dan weer tot verdriet, machteloosheid en schuldgevoel. En zo leidt het niet toestaan van een emotie tot het ontstaan van weer een ander emotie, waardoor de oorspronkelijke emotie niet wordt opgelost. Terwijl je er eigenlijk meer mee geholpen bent om regelmatig even stil te staan bij wat zich in jou roert en dat zonder oordeel te doorvoelen.

Toen ik alsnog leerde om mijn emoties helemaal te voelen, ontdekte ik dat dit meestal maar een kwartier tot twintig minuten in beslag neemt. Ik geef de emotie aandacht, ze zwelt aan, bereikt een hoogtepunt en ebt weer weg. En wanneer ze mijn systeem verlaat, komt er een waardevol inzicht voor in de plaats. Zo blijken mijn emoties geen hinderlijke bijkomstigheden maar juist een uiterst handig, persoonlijk navigatiesysteem: je weet waar je naartoe wil. Ik zou er een animatiefilmpje over kunnen maken: je schuift een situatie in een machine (de mens), daarin ontstaat een felle kleur (de emotie) en op het einde floept er een plattegrondje uit (het inzicht). Waarom leert niet iedereen dat tijdens z’n kindertijd?

Het waren mijn grootouders die mijn moeder leerden haar emoties te negeren. Zij hadden dat op hun beurt van hun ouders geleerd. Mijn getraumatiseerde grootmoeder leed honger tijdens WO II en groeide op in een Joodse buurt, waar ze getuige was van gruweldaden. Daardoor was ze steeds op de vlucht voor de schaduwzijde van het leven: onprettige emoties kon ze niet aan, zelfs niet die van haar kinderen. Toen haar neef suïcidaal werd, bakte ze een taart voor hem, in de hoop dat het daarmee opgelost was.

En mijn voorouders waren natuurlijk niet de enigen die blunderden. Ik ken iemand die zijn kind een ballon gaf nadat hij had aangekondigd dat papa en mama gingen scheiden: ‘Stop met huilen, het is toch een panda; je lievelingsdier!’ Veel ouders, leraren en andere gezagspersonen herhalen vanaf het prille begin dat je niet flauw mag zijn en niet zo moet overdrijven. Hou je taai. Stoere kerel. Flinke meid. Zeur niet zo. De hongerige kindjes in Afrika. Zo leer je jezelf rationeel toe te spreken, je emoties niet te voelen en jezelf in twijfel te trekken. Je raakt jezelf gestaag kwijt. En je belandt bijvoorbeeld in het hamsterwiel van de prestatiemaatschappij, waar emoties een teken zijn van zwakte, tot je mentaal of fysiek niet meer kunt.

Maar wat kan je in de plaats daarvan doen, voor zowel jezelf als je nageslacht? Ontdekken wie jij werkelijk bent. Zodra je je als kind gaat aanpassen aan je omgeving door (bepaalde) emoties te verdringen, ontwikkel je een aangepaste identiteit. Je wordt niet jezelf, je wordt wat er van jou wordt verwacht. En je gaat geloven dat jij dit bent. Hierdoor krijg je het leven dat bij jouw onechte zelf hoort. Mettertijd veroorzaakt dit gevoelens van leegte, doelloosheid, en een gebrek aan vervulling. Maar je kunt nog steeds contact maken met de échte jij. Meer nog, hoe vaker je dit doet, hoe authentieker je zult worden en hoe beter jouw leven bij jou zal gaan passen. Er zullen nog steeds uitdagingen zijn – dat hoort er nu eenmaal bij – maar je staat beduidend sterker in je schoenen.

Het contact met jouw echte zelf herstellen, doe je door te voelen. Door de emoties van vroeger alsnog toe te laten en voortaan te ervaren wat er in jou omgaat. Zo geef je jezelf de ruimte om jezelf te zijn. En zo schenk je die ruimte ook aan je omgeving, aan je kinderen en kleinkinderen. Voelen blijkt dan geen daad van zwakte maar juist een van mededogen en moed.


Hoe langer je uit angst of onmacht je emoties laat opstapelen, hoe hoger de drempel wordt om de confrontatie toch aan te gaan. Zelf was ik destijds doodsbang om overspoeld te worden door een tsunami van pijn en verdriet. Ik riep dan ook de hulp in van een therapeut, en dat was een grote steun, maar ik moest het toch vooral zelf doen. Het was veel, het was moeilijk, maar het cliché bleek waar: ik kwam er sterker en wijzer uit.

Toen ik jaren later moeder werd, bleek mijn baby minstens zo gevoelig als ik. Hij reageerde hevig op mijn gemoedstoestanden, ook al hield ik die uiterlijk verborgen. Dan werd hij huilerig, at slecht en sliep niet meer. Daarom besloot ik om nog vaker mijn emoties te doorvoelen. Voorheen deed ik dat enkel op crisismomenten. Nu ging ik dagelijks even voelen, zodat de emoties zich niet konden opstapelen. Al gauw bleek dat we daar beiden gelukkiger van werden. Mijn baby sliep weer. En ik leerde mezelf beter te begrijpen. Ik kon gepaster op anderen reageren, herkende mijn grenzen en slaagde er almaar vaker in om wat van de ander was, ook bij die ander te laten.

Vaak zijn emoties een reactie op een onbewuste negatieve gedachte, over jezelf of de situatie. Dan kun je bij jezelf onderzoeken wat voor doemgedachten je hebt en ingrijpen. Kloppen die aangeleerde overtuigingen eigenlijk wel? Herhaal je niet gewoon een oud patroon? Is het misschien tijd om vanuit een ander perspectief naar de dingen te gaan kijken?

Zo stel je je open voor je intuïtie: de gedachten van jouw authentieke zelf. Die veroorzaken geen rusteloze emoties maar juist gevoelens van harmonie en vertrouwen. Die authenticiteit wil ik graag aan mijn kind doorgeven. Die dag in het park kwam de eigenaar van de hond zich nog eventjes excuseren. ‘O, het was niet zo erg, hoor!’ glimlachte ik snel. ‘Het is wél erg!’ piepte mijn zoon verontwaardigd. Het ziet ernaar uit dat hij alvast precies weet waar zíjn grenzen liggen.

Voelen zonder filter - Een plattegrond van het emotionele landschap van Fleur van Groningen € 27,99

21 oktober 2022

ZORGEN VOOR JEZELF IS EEN DAAD VAN VERANTWOORDELIJKHEID

Voor zichzelf zorgen: het heeft lang geduurd voor Fleur van Groningen het onder de knie had. Haar jeugd leerde haar om niet flauw te zijn, altijd door te zetten en haar gevoelens te verstoppen. Met die gedachtegang maakt ze komaf in haar boeken, ook in het pas verschenen ‘Voelen zonder filter’. En daarmee raakt ze Vlaanderen waar het pijn doet: recht in haar emoties. “Ik beschouw het als mijn roeping om mensen constructief te leren omgaan met hun gevoelens.”

interview: Nancy Boerjan
foto's: Titus Simoens

In Leven zonder filter vertelde Fleur van Groningen vanuit haar eigen ervaring wat hoogsensitiviteit is en hoe ze daarmee om leerde gaan. Een zoektocht die bijzonder herkenbaar bleek voor velen; het boek ging al meer dan 60.000 keer over de toonbank. Onlangs verscheen Voelen zonder filter waarin ze verder doorgaat op trauma en emotie. Opnieuw doet ze dat aan de hand van haar eigen verhaal, vaak pijnlijk en confronterend maar ook inspirerend, en helder verwoord. “Een boek niet alleen voor wie hoogsensitief is, maar voor al wie meer constructief wil omgaan met zijn of haar emoties”, vertelt ze. En daar is nood aan. Voelen zonder filter vliegt al net zo vlot de winkeldeur uit als haar voorganger. “Ik krijg opnieuw veel lezersbrieven en -mails, het thema maakt erg veel los. Dat ondervond ik ook al tijdens de lezingen die ik de voorbije vijf jaar hield en waarbij dikwijls heel emotioneel gereageerd werd. Niet in het minst in West-Vlaanderen trouwens. Ik heb ooit een West-Vlaams lief gehad en ken de clichés dus wel: harde werkers met een baksteen in hun maag, die niet praten over emoties. Maar na een lezing daar gebeurde het heel dikwijls dat mensen me omhelsden, zelfs huilden van opluchting. Daar leek het taboe op gevoelens me zo mogelijk nog groter dan op andere plaatsen in Vlaanderen. En dat terwijl ‘gevoelig mogen zijn’ heel normaal zou moeten zijn. Maar velen onderdrukken hun gevoelens liever, of beweren zelfs dat ze helemaal niet zo gevoelig zijn. Het lijkt mij net zoiets als doen alsof je nooit naar het toilet gaat.” 

Maar met Fleur zelf gaat alles goed. “Ik heb me nooit eerder zo gelukkig gevoeld als nu”, glimlacht ze. “Zo intens met trauma, het ontstaan er van en alles wat dat met zich meebrengt, bezig zijn, heeft me doen beseffen dat ik me voortaan volledig op dat thema wil toeleggen. Ik heb zelf een lange zoektocht afgelegd en eindelijk rust en heling gevonden. Nu is het tijd om anderen die nog op zoek zijn, te helpen. Ik ben uitgenodigd om op een evenement rond trauma in Amsterdam, naast tal van experts, een lezing te houden. Dat vind ik geweldig. Maar ik ben ook van plan om zelf opnieuw lezingen te houden.”

Je schrijft over trauma vanuit je eigen ervaring en ontleedt jezelf daarbij tot op het bot. Hoe kijk je vandaag naar wat achter je ligt?

“Er waren zeker ook mooie momenten in mijn leven, maar ik heb wel degelijk een moeilijke reis achter de rug. Een jeugd vol onbegrip, moeilijke relaties en misbruik. Ik vond het dan ook echt niet gemakkelijk om mezelf zo te fileren, voor een publiek dan nog wel, maar dat blijkt nu toch zinvol. Eigenlijk schrijf ik de boeken die ik jaren terug zelf graag had gelezen, maar die er toen niet waren.”

“Maar de slachtofferrol ligt me niet, ik blijf niet graag hangen in pijn en moeilijkheden. Daarom ben ik altijd blijven streven naar meer inzicht in mijn eigen handelen en dat van anderen. Om voorúit te komen. En dat brengt dan weliswaar nieuwe uitdagingen met zich mee, maar tenslotte ook heling. Ik weet nu dat het doorvoelen van een emotie, het accepteren ervan, tot inzicht leidt. Vroeger probeerde ook ik mijn emoties te ontkennen of te rationaliseren, maar daarmee los je niets op. Integendeel, ze blijven onderhuids knagen.”


Behalve dat je intussen veel kennis over traumatische ervaringen verworven hebt, ben je intussen 40. Draagt dat bij aan de rust?

“Dat denk ik wel, ja. Het is een leeftijd waarop je een en ander in perspectief kunt plaatsen en beseft wat echt belangrijk is. Waarop je ook meer rekening houdt met je omgeving. Maar het is toch vooral therapie en zelfonderzoek, hard werken aan mezelf, die me gebracht hebben waar ik nu sta. Het zoeken naar antwoorden heeft altijd in me gezeten - zelfs toen ik op mijn twintigste ernstig suïcidaal was, bleef ik het als een vorm van opgeven beschouwen om dat ook echt te doen -, maar ik had hulp nodig om die antwoorden te vinden.”

Moeder worden op je 36ste noem je het mooiste wat je overkwam, maar het bracht je ook opnieuw uit evenwicht. Zelfs op de rand van een tweede burn-out.

Hard blijven werken, veel te weinig slaap, het gevoel dat ik geen leven meer had naast moeder zijn... Ik voelde me oud en lelijk, ja. (lacht) Maar nu dat voorbij is, heb ik het gevoel dat ik zo'n beetje the best of both worlds beleef. Niet meer zo fris als twintig jaar geleden, maar nog lang niet oud en mét de nodige handvaten om het leven beter aan te kunnen.”

Hoort dat gezond hoofd in een gezond lijf voor jou?

“Ik ben lang onzeker geweest over hoe ik er uit zie, en dat ben ik nog steeds wel wat. Maar ik hecht meer belang aan een fysiek goeie gezondheid. Ik was nooit sportief, maar nu ga ik zelfs regelmatig zwemmen. Van uiterlijke tekenen van ouder worden lig ik dan weer niet wakker. Integendeel, die zeggen net veel over een mens: aan oudere gezichten kun je iemands persoonlijkheid aflezen. En dat vind ik dan weer interessant. Al moet ik tegelijk toegeven dat ik de eerste rimpels rond mijn eigen ogen ook niet echt geweldig vind.”

Je hebt onder meer geleerd om jezelf weer graag te zien: hoe uit zich dat vandaag concreet?

“In zorgen voor mezelf, rekening houden met mezelf. Doordat ik in mijn jeugd grensoverschrijdend gedrag meemaakte, leerde ik zelf ook niet waar mijn grenzen lagen. Dat resulteerde in depressies, onevenwichtige relaties, en het onvermogen om daarover te spreken. Daardoor heb ik lang gedacht dat het egoïstisch is om voor jezelf te zorgen, een vorm van navelstaren. Pas toen ik besefte dat ik niet meer voor anderen kon zorgen, omdát ik niet voor mezelf zorgde, is de ommekeer er gekomen: zorgen voor jezelf is net een daad van verantwoordelijkheid, ook tegenover je omgeving. Moeder worden heeft dat alleen maar versterkt: als ik gelukkig ben, voelt mijn zoontje zich ook zichtbaar goed.”

“De ultieme zelfzorgbeslissing voor mij is dan dat ik mezelf toesta om emoties te hebben en ze te beleven, in plaats van ze te veroordelen. Want net die emoties geven aan waar mijn grenzen liggen.”

Je man omschreef je in een interview als een vrouw die alles heeft: humor, talent én looks. De liefde heeft jou ook goed gedaan?

(lacht) “Hij kent ook al mijn mindere kantjes, maar die verzwijgt hij heel lief. Maar Seppe en ik hebben een heel goeie relatie, ja. Sinds acht jaar zijn we onafscheidelijk, we herkennen veel in elkaar, kunnen heel goed met elkaar praten. Daar heb ik lang naar gezocht, en het is zeker ook een factor die er toe bijdraagt dat ik me heb kunnen losmaken van het verleden en nu goed in mijn vel zit.”

Alles is emotie, schrijf je. Wat ontroert jou?

“Schoonheid in al haar vormen: in de natuur, dieren, kunst, muziek... De liefde ook, mijn zoon, en mensen die in hun hart laten kijken. Voorál mensen ontroeren me tegenwoordig. Door mezelf te analyseren, heb ik ook een beter inzicht gekregen in hoe anderen in elkaar zitten. Vroeger maakten mensen mij vaak bang, nu heb ik meer mededogen. Ik begrijp nu dat mensen die kwetsen veelal zelf beschadigd zijn. Wat niet betekent dat ik op mijn kop laat zitten, integendeel, ik kan hard zijn. Ik stel duidelijk mijn grenzen, maar altijd vanuit respect naar mezelf en de ander toe.”


Als dochter van beeldend kunstenaar Flor Hermans schilderde je al als kind. Dat heb je sinds een paar jaar opnieuw opgenomen?

“Tekenen en schilderen was mijn passie en ik was er ook goed in. Maar het liep mis tussen mijn vader en ik omdat hij niet geïnteresseerd was in wie ik was, niets wilde weten ook over waar ik mee worstelde. Ik zette me af tegen hem en de kunstwereld waarin hij vertoefde, en stopte jarenlang met schilderen.”

“Pas toen een tweede burn-out om de hoek loerde, ben ik er opnieuw mee begonnen. En het was een verademing. Vroeger dacht ik dat ik met schilderen niemand anders kon helpen. Met artikels schrijven kon ik dat wel, dus concentreerde ik me daarop. Zelfs té veel dus, waardoor ik overwerkt geraakte. Nu weet ik dat schilderen óók een vorm van zelfzorg is. Ik voel me er beter door, en ben daardoor een beter mens voor anderen.”

Heeft het ook de relatie met je vader kunnen herstellen? 

Pas enkele jaren na zijn dood. Ik heb hem tijdens zijn laatste dagen opgezocht en verzorgd. Hij is tot op het eind dezelfde gebleven. Maar ik was wel veranderd, en ik had intussen niets meer van hem nodig – dacht ik. Ik heb hem vergeven, ook hij droeg een zware rugzak met zich mee en groeide op in een gezin waar emoties geen plaats hadden. Maar het bleef moeilijk, een kind blijft altijd verlangen naar de liefde van een ouder. Zijn dood heeft me dan ook echt omver geslagen. Alsof ik iemand verloren was, die ik nooit had gehad. Maar goed, nu schilder ik zelfs met de penselen van mijn vader, op zijn ezel. We hebben vrede gesloten.”

Je werkt aan een boek over de relatie met je vader?

“Al sinds zijn dood, maar het is nog lang niet klaar. Het is ook al een paar keer herschreven, omdat ik sindsdien ook als mens blijf verder evolueren. De eerste versie schreef ik in de pijn van het rouwen, dat klopte niet meer met wat ik nu voel. En het mag vooral geen wraakroman worden, eerder een verhaal van vergeving.”

Een jaar geleden ontdekte je bovendien dat je hoogbegaafd bent.

“Ik heb geen diploma, ik werd op school dom genoemd. Maar ik heb wel andere kenmerken waardoor mensen die het kunnen weten me aanraadden om me te laten onderzoeken. Toen bleek dat ik hoogsensitiviteit combineer met een vrij hoog IQ. Dat heet dan hoogbegaafdheid, wat niet hetzelfde is als hoogintelligent zijn voor alle duidelijkheid. Het komt er op neer dat je alles heel intens beleeft en vanuit drie perspectieven bekijkt: vanuit jezelf, vanuit de ander én vanuit een soort helicopterview. En doordat je voortdurend alle mogelijkheden overziet, leg je de lat erg hoog, wat positief kan zijn maar ook verlammend kan werken. Het is eigenlijk niets meer dan een manier van zijn, niet iets om over te stoefen of zo. En voor mezelf is het gewoon goed om dit te weten. Vroeger haalde ik mezelf altijd naar beneden, nu weet ik wat ik waard ben, met mijn positieve kanten én mijn gebreken.”


(Dit interview verscheen op 15 oktober 2022 in de weekendbijlage van De Krant van West-Vlaanderen)


Wie is Fleur van Groningen?

  • Fleur van Groningen (40) is journalist voor Psychologies en cartoonist voor The Art Couch. Eerder werkte ze voor onder andere Knack, De Morgen, Het Nieuwsblad, NRC Handelsblad en Goedele.
  • In 2017 publiceerde ze de bestseller Leven zonder filter, over haar ervaring met hoogsensitiviteit. In 2020 volgde Mijn kind, mijn spiegel, over trauma en moederschap. Voelen zonder filter is haar zesde boek. Ze schreef tussendoor ook een roman, Swingers.
  • Ze is getrouwd met auteur en scenarioschrijver Seppe van Groeningen; samen hebben ze een zoontje, Rex.


Fleurs tips:
  • The Wisdom of Trauma: een zeer inspirerende en laagdrempelige documentaire rond de Amerikaans-Hongaarse traumaspecialist Dr. Gabor Maté. De film focust op het ontstaan van trauma en de lessen die we eruit kunnen leren. Het doorvoelen van onze grootste pijn blijkt de poort naar herstel. Je kan de film online bekijken op thewisdomoftrauma.com.
  • De fontein, vind je plek - Grip op je leven door inzicht in je familiesysteem: dit helder geschreven boek van de Nederlandse coach en familieopsteller Els van Steijn legt je uit hoe de geheimen en trauma’s van jouw voorouders nog steeds een effect hebben op jouw leven. Maar ook hoe je dit kunt veranderen, waardoor je die erfenis niet doorgeeft aan de volgende generaties.
  • C'mon C'mon: deze ontroerende film – geregisseerd en geschreven door Mike Mills en met een geraffineerde Joaquin Phoenix in de hoofdrol – biedt je een blik in het hoofd van een hoogbegaafd jongetje. Het is een intimistische prent, in elegante zwart-wit fotografie, die de kijker voorzichtig verleidt, om hem uiteindelijk omver te blazen met schoonheid en wijsheid.