14 februari 2023

WEEK TEGEN PESTEN

Het is de week tegen pesten (10-02 tot 17-02). Daarom deel ik graag iets over mijn eigen ervaringen, voor wie daar wat aan heeft. 

Ik werd, op één jaar na, gedurende mijn hele schooltijd gepest. Dat ging soms wel heel erg ver. En hoewel ik vaak van school veranderde, gebeurde het telkens opnieuw. Daarom concludeerde ik dat het aan mij lag. Ik merkte dat ik anders was dan de meesten, dat moest de oorzaak zijn. (En natuurlijk de zelfgemaakte kleren en afdankertjes die mijn moeder me aantrok.)

Toen ik eenmaal afgestudeerd was, zag ik wel in dat het gedrag van die pestkoppen niet oké was. Dat zij iets lelijks hadden gedaan, en niet ik. In mijn hoofd werd de schuld voorzichtig verlegd. Maar lag het dan echt alleen aan hen? Dat leek me een te makkelijke waarheid. Het leek realistischer om uit te gaan van een dynamiek, waarin ik zelf toch ook een aandeel had. Toen was dat een pijnlijke conclusie, omdat ik mezelf erom veroordeelde. Intussen doe ik dat niet meer en is het gewoon een conclusie zonder een emotionele lading.

Ik bleef dus nadenken over mijn aandeel in de gebeurtenissen. Niet vanuit een schuldvraag maar vanuit leergierigheid. Hoe kon het destijds gebeuren? Hoe kon het zich zolang blijven herhalen? Want zelfs als volwassene kreeg ik nog met pesterijen te maken – hetzij op andere plaatsen en in andere vormen. Door die herhalingen kon ik me uiteindelijk wel bewust worden van iets dat zich al die tijd onbewust in mij afspeelde, en wat door de buitenwereld werd gereflecteerd. Zonder het te beseffen, pestte ik al jaren mezelf. 

Ja, ik was anders dan de meesten en dat ben ik nog steeds. Ik ben artistiek. Ik ben hoogsensitief, zoals 1 op 5 mensen. En ik ben getraumatiseerd (al besef ik intussen dat veel meer mensen dat zijn, en het vaak zelf niet beseffen, vanwege de vooroordelen over trauma). Maar daar is niets mis mee.

En ja, ik geloof dat die pestkoppen een serieus probleem hadden. Mogelijk werd hen iets aangedaan waardoor ze anderen ook iets wilden aan doen. Om de pijn door te geven, in de ijdele hoop er zo vanaf te geraken. Of misschien waren ze bang voor de confrontatie met een aspect van henzelf: ik was immers de belichaming van de kwetsbaarheid. Of ze werden boos omdat ik zo anders was, omdat dit hen een gevoel van onveiligheid bezorgde of aan henzelf deed twijfelen.
Ik kan daarover blijven piekeren maar ik zal het nooit écht weten. En sowieso: ik kan niemand veranderen. Ik kan geen bewustzijn afdwingen. Wat de ander doet, is zijn verantwoordelijkheid. Het is niet aan mij om iemand te straffen. Iedereen creëert tot op zekere hoogte zijn eigen realiteit: destructief gedrag trekt destructieve situaties aan: dat is erg genoeg. Veel meer kan ik dus niet over die pesters zeggen. Ik heb het gebeurde nu wel geaccepteerd en aan mezelf gewerkt. Jezelf veranderen kan gelukkig wél. 

Ik sleutel al vele jaren aan mezelf, met periodes met behulp van therapie en steeds door zelfreflectie. Dat is ooit begonnen uit noodzaak, toen ik een zware depressie had en suïcidaal werd. Intussen is het een manier van leven, die garant staat voor verandering, groei en een zekere intensiteit die me geboeid houdt. Deze zoektocht leidde me naar de kern van mijn trauma’s en de gevolgen ervan in mij (zoals uitgebreid besproken in mijn jongste boek ‘Voelen zonder filter’). 

Ik heb begrepen dat ik door de moeilijke omstandigheden, al als baby begon met mezelf aan te passen aan mijn omgeving. Dat ik heel vroeg leerde te incasseren, weerloos te ondergaan en mezelf te verloochenen. Hierdoor ontstond een aangepaste versie van mezelf, een onjuiste identiteit. In de psychologie heet dat 'het onechte zelf'. Daaronder ging evenwel nog steeds een authentiek en gevoelig kind verscholen, dat zich regelmatig toch liet zien. 

Wanneer ik me aanpaste aan de anderen, werd ik vaker geaccepteerd. Was ik mezelf, dan kreeg ik  kritiek en verwijten, en was er soms sprake van geweld. Hierdoor ging ik geloven dat ik me moest neerleggen bij alle vormen van agressie. Er ontstond een vorm van agressie van binnenuit: ik veroordeelde mezelf, haatte mezelf, zette mezelf onder druk, wantrouwde mezelf. Ik begon mezelf dus te pesten. De pestkoppen in mijn leven, vielen in het niets bij mijn genadeloze innerlijke criticus. En zij bleven terugkeren omdat ze merkten dat ik hen niet wegstuurde. Dat ik vatbaar was voor wat ze deden. Ah ja, want in mijn hoofd zat een pester die nooit zweeg. 

Onlangs werd ik door een wildvreemde man uitgekafferd. Ik stapte net in mijn auto, hij stak zijn hoofd door mijn portier naar binnen en begon te brullen. Ik was net ziek geweest en voelde me fysiek nog zwak. Tot voor kort zou ik zoals steeds gereageerd hebben met de freeze overlevingsreactie, of zelfs de fawn- overlevingsreactie: meegaand zijn. Ik zou gezwegen hebben en me zelfs verontschuldigd hebben, in de hoop dat hij me dan met rust liet. Maar mensen die macht over je willen, laten je niet met rust als jij hen die macht geeft. 

Omdat ik zoveel aan mezelf heb gewerkt en enkele lieve, ondersteunende vrienden heb die me het gevoel geven dat ik veilig ben en mezelf mag zijn, had ik die reactie deze keer niet. Ik dacht niet meer: zo gaat het nu eenmaal, ik moet dit ondergaan. Ik dacht: het kan anders. En dat zei ik dan ook tegen die man. Luid en ontsteld. Dat als hij zijn boodschap op een normale manier kon brengen, ik wel wilde luisteren, maar niet op deze manier. Daarna riep ik hem nog wel na dat hij een lul was – en daar heb ik spijt van. Dat was niet respectvol. Hij gedroeg zich wel lullig, maar ik hoop me voortaan niet meer tot dat niveau te verlagen... Work in progress.

In ieder geval: er gebeurde iets wat volstrekt nieuw voor me was. De man deinsde achteruit en liep snel weg. Hij staakte zijn geraas! Want ik incasseerde niet, ik bleef trouw aan mijn grenzen en gaf die aan. Dus verloor hij zijn interesse en maakte dat hij wegkwam. En dat is wat ik nu, met terugwerkende kracht, in mijn verleden herken: dat ik altijd maar alles liet gebeuren, denkende dat er geen andere optie was. Dat ik me niet verzette tegen mijn zelfhaat en de haat van anderen. En dat ik aan mijn authenticiteit ging twijfelen en een half-fake versie van mezelf werd, omdat anderen dat om de een of andere reden zo graag wilden.

Maar waarom reageren sommige mensen zo ongemakkelijk op authenticiteit? Waarschijnlijk omdat ze zichzelf (door omstandigheden) zijn kwijtgeraakt, omdat ze hun eigen authentieke persoonlijkheid onvoldoende de ruimte kunnen geven.
En hoe inspireer je iemand om dat alsnog wél te doen? Door zelf authentiek te zijn en te blijven. Je bent dan het vlammetje waarmee de ander zich kan aansteken. Je accepteert de verschillen tussen jullie, laat elkaar in jullie waarde, en dan toon je de ander dat dit ook een mogelijkheid is.
Maar wat is die authenticiteit nu eigenlijk precies? Het is wie jij bent als je jezelf niet verregaand aanpast, maar leeft vanuit jouw essentie, jouw ziel, vanuit je hart, vanuit respect voor jezelf én de ander. Het is wie je was voor iets of iemand jou het idee gaf dat je niet goed bent zoals je bent.
En hoe maak je contact met jouw authentieke zelf? Door je emoties en intuïtie te (door)voelen - zoals beschreven in mijn boek -  en je zo (meer) bewust te worden van het pad dat bij jou hoort.

Ik heb (nog niet zo heel lang geleden) het contact met mijn ware zelf hersteld. Van daaruit kan ik onder meer goed voelen waar mijn grenzen liggen en wat (wederzijds) respect is. Wat van mij is en wat van de ander. Wat mijn verantwoordelijkheid is en wat niet. Pesten is een machtsspel. Diegene die uit is op macht heeft kwalijke bedoelingen. Diegene die de macht (onbewust) weggeeft, wordt ongewild zijn handlanger. Natuurlijk had ik als kind destijds hulp moeten krijgen, van mijn beide ouders, school, de leraren (er waren er zelfs twee die mij ook pesten!). En de grootste hulp was de volgende geweest: dat deze mensen me leerden om mijn eigen grenzen te voelen en te respecteren. Maar hoe konden ze dat doen, wellicht konden ze het toen niet eens voor zichzelf. Er is zo'n gebrek aan emotie regulatie in onze maatschappij, terwijl je wel emotionele maturiteit nodig hebt als het over grenzen gaat.

De pesterijen – mezelf onbewust pesten en gepest worden - brachten me uiteindelijk alsnog bij mijn grenzen, zoveel jaren later. Dat ik die nu wel kan voelen, dat ik nu kennelijk zelfs voor mezelf kan opkomen, en mezelf ook nog eens liever begin te zien, bezorgt me de veiligheid die ik zolang heb gezocht. Natuurlijk heb ik nog steeds geen controle over hoe anderen zich tegenover mij gedragen, maar mijn innerlijke criticus pest me niet langer en dat is een groot verschil. Ik haal mezelf niet meer onderuit en kan constructievere keuzes maken.

Met deze getuigenis wil ik niet de schuld bij het slachtoffer van pesterijen leggen. Het is mijn verhaal, één ervaring, geen blauwdruk. Ik vind nog steeds dat pestkoppen een destructieve, onrechtvaardige keuze maken en betreur dat enorm. Het kan anders. 
In feite is deze getuigenis een pleidooi voor authenticiteit. Niet het product 'authenticiteit', dat potjes confituur moet verkopen. Maar ware oorspronkelijkheid. Alles wat niet beredeneerd is, maar vrij en liefdevol. En dat laatste is geen synoniem voor klef gedoe: soms is nee zeggen het meest liefdevolle wat je kunt doen, omdat je zo voorkomt dat de ander zich laat verleiden tot destructief gedrag.

- Fleur van Groningen